Einde inhoudsopgave
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/6.2.1.1
6.2.1.1 Het leerstuk van verlies van een kans
W.Th. Nuninga, datum 23-06-2022
- Datum
23-06-2022
- Auteur
W.Th. Nuninga
- JCDI
JCDI:ADS657487:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Cass. Req. 17 juli 1889, S 1891, 1, 399, aangehaald in Akkermans 1997, p. 126.
Hof Amsterdam 4 januari 1996, ECLI:NL:GHAMS:1996:AB8629, NJ 1997/213 (Baby Ruth).
HR 24 oktober 1997, ECLI:NL:HR:1997:AM1905, NJ 1998/257, m.nt. P.A. Stein (Baijings/mr. H). Zie bijv. Giesen 1999, p. 73.
HR 13 februari 1981, ECLI:NL:HR:1981:AC2891, NJ 1981/456, m.nt. C.J.H. Brunner (Heesch/Reijs). Zie daarover Akkermans 1997, p. 112.
Rb. 's-Hertogenbosch 2 juni 1978, r.o. 40-41, weergegeven in HR 13 februari 1981, ECLI:NL:HR:1981:AC2891, NJ 1981/456, m.nt. C.J.H. Brunner (Heesch/Reijs).
Hof Hof 's‑Hertogenbosch 4 maart 1980, weergegeven in HR 13 februari 1981, ECLI:NL:HR:1981:AC2891, NJ 1981/456, m.nt. C.J.H. Brunner (Heesch/Reijs).
Al was hij wel van oordeel dat die vergoeding moest worden toegewezen als remedie voor de schending van een zorgplicht, niet als vergoeding wegens wanprestatie. HR 13 februari 1981, ECLI:NL:HR:1981:AC2891, NJ 1981/456, m.nt. C.J.H. Brunner (Heesch/Reijs).
HR 19 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1683, NJ 2016/1, m.nt. T.F.E. Tjong Tjin Tai (Overzee/Zoeterwoude). Zie ook Rb. Noord-Holland 20 juli 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:5922.
Zie ook Van Dijk 2000, p. 28.
Zie bijvoorbeeld het ontnemen van de kans een potentieel gunstige belastingfaciliteit te benutten in HR 21 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX7491, NJ 2013/237, m.nt. S.D. Lindenbergh (Deloitte/Hassink), r.o. 3.1 of het ontnemen van een kans op herstel in medische zaken bijv. Hof Amsterdam 4 januari 1996, ECLI:NL:GHAMS:1996:AB8629, NJ 1997/213 (Baby Ruth), r.o. 4.4 (Rb. r.o. 13-14); HR 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2987, NJ 2017/133, m.nt. S.D. Lindenbergh (Netvliesloslating), r.o. 3.5.5; HR 27 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2786, NJ 2017/422 (X/AZM), r.o. 3.4.2.
Om die reden wordt het leerstuk in Duitsland niet erkend (zie Bundesgerichtshof 23 september 1982, NJW 1983, 442): kansen vallen immers niet onder de door § 823 BGB beschermde belangen (zie Koziol 2012, p. 154). In Spanje laat de rechter om die reden de link met het ondervonden nadeel los: vergoeding wordt immers toegekend voor de kans, niet voor het concreet ondervonden nadeel (zie Martín-Casals 2015, p. 60).
Het leerstuk van verlies van een kans is in Frankrijk aan het eind van de 19e eeuw ontwikkeld met betrekking tot de aansprakelijkheid van een advocaat. Zeker was dat de advocaat een fouthad begaan in de procesvoering, maar onzeker was of de cliënt de zaak zonder die normschending wel zou hebben gewonnen. De rechter meende dat inderdaad geen causaal verband kon worden vastgesteld tussen het ondervonden nadeel en de normschending, maar dat in ieder geval een kans op succes verloren was gegaan en dat die kans op zichzelf voor vergoeding in aanmerking kwam.1
In Nederland is het leerstuk een eeuw later aanvaard. Vaak worden het Baby Ruth-arrest2 van het Gerechtshof Amsterdam en het Baijings-arrest3 van de Hoge Raad genoemd als de oorsprong, maar een eerder en sprekender voorbeeld is het arrest Heesch/Reijs.4 Het ging in die zaak om het volgende. Het college van B&W van de gemeente Heesch was met de heer Reijs een voorlopige ruilovereenkomst overeengekomen, die alleen nog door de gemeenteraad moest worden goedgekeurd. Het college bedacht zich echter en legde de overeenkomst niet voor aan de gemeenteraad. Reijs vorderde primair nakoming van de ruilovereenkomst en subsidiair schadevergoeding wegens wanprestatie dan wel onrechtmatige daad. De rechtbank oordeelde dat de gemeente weliswaar niet gehouden was tot nakoming, maar wel een zorgvuldigheidsplicht had de ruilovereenkomst voor te leggen aan de gemeenteraad. Die plicht was het college niet nagekomen. Omdat niet duidelijk was hoe de gemeenteraad over de ruilovereenkomst zou hebben gestemd komt de rechtbank tot de conclusie dat dan slechts overblijft:
“(…) dat de schade die Reijs door de gepleegde wanprestatie subs. onrechtmatige daad geleden heeft er uit bestaat dat voor haar verloren is gegaan de kans dat de raad van de gemeente zou hebben besloten in de door haar gewenste zin (…) [en] dat het ontnemen van deze kans aan Reijs op zichzelf reeds een aanmerkelijk vermogensrechtelijk nadeel voor Reijs oplevert.”5
Het hof bekrachtigt dat oordeel6 en de Hoge Raad laat het oordeel over de schadevergoeding in stand.7
Deze lijn volgt de Hoge Raad nu explicieter als een toepassing van het leerstuk van verlies van een kans. In het vergelijkbare Overzee/Zoeterwoude casseert hij een oordeel van het hof dat geen recht op schadevergoeding bestond omdat “niet met voldoende mate van zekerheid valt vast te stellen” hoe de raad en de Gedeputeerde Staten zouden hebben geoordeeld over een in de jaren ’90 voorgestelde wijziging van het bestemmingsplan. Hij overweegt dat:
“3.7.2 (…) de schade waarvan Overzee vergoeding vordert, bestaat in een gemiste kans op verwezenlijking van zijn plannen, en dat het onzekere antwoord op de vraag of het bestemmingsplan destijds met inbegrip van de woonbestemming voor de dienstwoning van Overzee tot stand zou zijn gekomen tot uitdrukking dient te komen in de bepaling van de grootte van die kans, derhalve in de schadeberekening. In het onderhavige geval is onmiskenbaar sprake van condicio sine qua non-verband tussen de niet-nakoming en de gemiste kans.”8
In Heesch/Reijs en Overzee/Zoeterwoude is goed te zien wat nu eigenlijk vergoed wordt: de ontnomen kans op een beter resultaat.9 Het enige wat nog moet gebeuren is nagaan wat die kans waard was. Die ratio zien we ook terug in andere zaken10 en ook in het buitenland wordt het leerstuk zo gekwalificeerd: de ontnomen kans is de schadepost.11