Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/221
Oordeel dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij aangever door geven kopstoot zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen is onvoldoende gemotiveerd.
HR 13-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:51
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 januari 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, C.N. Dalebout, F. Posthumus
- Zaaknummer
24/00846
- Conclusie
A-G mr. D.J.M.W. Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:51, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1169, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑11‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 07‑01‑2025
- Wetingang
Essentie
De vaststellingen van het hof — dat de verdachte heeft veroordeeld voor poging tot zware mishandeling — dat de verdachte de aangever heeft vastgepakt en hem een kopstoot in het gezicht heeft gegeven, waardoor de aangever een harde klap tegen zijn neus voelde, duizelig werd en een neusbreuk opliep, vormen onvoldoende grond voor het oordeel dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij de aangever door het geven van een kopstoot zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen. Daarbij is van belang dat het hof in verband met die kans geen nadere vaststellingen heeft gedaan over de omstandigheden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.