De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/5.2.2.1:5.2.2.1 Inleiding
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/5.2.2.1
5.2.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS394788:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie de titel van de Richtlijn. Dezelfde omschrijving van het onderwerp van de richtlijn is te vinden in de vijf richtlijnen waarvan de Richtlijn de codificatie vormt. Reeds hier moet echter worden opgemerkt dat niet alle taalversies van de Richtlijn de woorden 'in het verkeer' (expliciet) gebruiken. Zie par. 5.2.2.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Richtlijn heeft tot onderwerp 'de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven'.1 Deze omschrijving van het werkingsbereik van de Richtlijn roept een aantal afgrenzingsvragen op. Deze vragen draaien om de woorden 'verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid' en 'deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen'.
In de eerste plaats rijst de vraag naar de gevolgen van de Richtlijn voor rechtsstelsels waarbij de vergoeding van verkeersschade niet op het aansprakelijkheidsrecht is gebaseerd maar op een stelsel van directe verzekering. In paragraaf 3.23 is reeds aangestipt dat een aantal Scandinavische landen en Finland het aansprakelijkheidsrecht in het verkeer hebben vervangen door een first-party-verzekeringsstelsel, ook wel aangeduid als 'verkeersverzekering'. Hoe verhoudt de Richtlijn zich tot dergelijke stelsels?
In de tweede plaats is de vraag gerezen - en door het Hof van Justitie beantwoord of de Richtlijn ook invloed uitoefent op de aard van de te verzekeren aansprakelijkheid, waarbij met name te denken valt aan het onderscheid tussen schuld- en risicoaansprakelijkheid.
En in de derde plaats roept de vermelding van het element van de deelneming aan het verkeer de vraag op of de Richtlijn ook toegepast moet worden als een nationale wetgever in aanvulling op verkeersschade ook niet in het verkeer veroorzaakte schade onder de dekking van de 'Wam' brengt. In Nederland is dit het geval voor wat betreft gevaarlijke stoffen die zich aan boord van een motorrijtuig met een maximaal toegelaten gewicht van meer dan 3.500 kg bevinden.