Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/2.5.1.4
2.5.1.4 Inhoud van de informatie
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661345:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. BNB 1990/148, waarin het ging om ‘uitlatingen als vervat in de onderhavige Toelichting op het aangiftebiljet en geuit in een telefoongesprek met een ambtenaar van de belastingadministratie’ en ‘uitlatingen waarin slechts algemene voorlichting wordt gegeven ter vergemakkelijking van het invullen van een aangiftebiljet en om telefonisch ingewonnen inlichtingen bij de belastingadministratie’; BNB 2000/330; r.o. 3.2.
Vgl. BNB 1979/311 over ‘reacties op een verzoek van een belastingplichtige om inlichtingen aangaande de inhoud van wettelijke, dan wel andere door de fiscus in acht te nemen algemene regels’; HR 19 december 1990, nr. 25.957, BNB 1991/77.
HR 29 augustus 1984, nr. 22 362, BNB 1984/285, r.o. 4.6 (inzake (onjuiste) inlichtingen omtrent de uitlegging of toepassing van de belastingwet); HR 16 mei 2008, nr. 42151, BNB 2008/200, r.o. 3.5 en bij punt 4.6 van de conclusie en r.o. 4.9.4 van de hofuitspraak (uitleg in algemene zin); Geppaart 1984, p. 487.
Vgl. Geppaart 1984, p. 486 die aangeeft dat (ook) voorlichting praktisch inzicht geeft in de opvattingen van de Belastingdienst, met informatie over de meest voorkomende situaties. Vgl. Dijkstra 1991, p. 31-32, die opmerkt dat informatie betrekking kan hebben ‘op de eigen opvatting van de voorlichter; Scheltema 1997, p. 6, 3: ‘De voorlichting van het bestuur zal waarschijnlijk niet zozeer gaan over de wettelijke regels, als wel over de wijze waarop het zelf die regels uitvoert’. Zie ook Griffiths (citaat in Oldenziel 1998, p. 95-96): ‘Bureaucracies (…) do not confront their clients with legislative texts but with behavioral expectations formulated in their own terms. These may be fairly recognizable local ‘interpretations’ of the legislative rule or they may be local creations bearing a more or less distant relationship to anything which the legislature ever enacted.’
Voorlichting door de Belastingdienst is niet beperkt tot de belastingwet, maar gaat over het belastingrecht. De informatie kan betrekking hebben op (fiscale) wet- en regelgeving1 of andere door de Belastingdienst in acht te nemen (algemene) regels, zoals neergelegd in beleidsregels en rechtspraak.2 Het kan gaan over de uitleg, inhoud of toepassing van die regels.3 Voorlichting kan ook kan gaan over opvattingen van de Belastingdienst ten aanzien van wetsuitleg, uitvoering of wetstoepassing.4 Juridisch bezien ontstaat dan overigens de vraag waar de grens ligt tussen voorlichting en beleid, gezien de vertrouwensleer (paragraaf 4.6.1, 6.3).