Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/10.3.3
10.3.3 Preferente aandelen
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS297720:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie over preferente aandelen onder meer: Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2013, nr. 308; Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013, nr. 187 en 187.1; Bier 2012, p. 171-173; Slagter 2005, p. 266-167; Slagter/Assink 2013, p. 514-517.
Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013, nr. 187. 368
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2009, nr. 383; Brenninkmeijer 1973, p. 126; Hendriks-Jansen 1982, p. 8; Olaerts 2007, p. 283.
Olaerts 2007, p. 283-284.
Zie hierover nader: Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond 2013, nr. 187.1.
Zie evenzo: Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2009, nr. 383. Dit doel zal doorgaans zijn om de continuïteit te verzekeren van het beleid van de vennootschap dat er op gericht is de vennootschap zelfstandig te laten voortbestaan en wel zodanig dat daarbij recht wordt gedaan aan de belangen van allen die bij de vennootschap en de daarmee verbonden onderneming betrokken zijn (Kemperink 2010, p. 101).
Preferente aandelen zijn aandelen waaraan bijzondere financiële rechten zijn verbonden. De mogelijkheid tot het uitgeven van deze bijzondere financiële rechten moet in de statuten zijn neergelegd.1 Er zijn veel variaties van preferente aandelen mogelijk, maar in de meest eenvoudige vorm is sprake van aandelen die recht geven op een bepaald vast percentage van de winst, met voorrang op de overige ‘gewone’ aandeelhouders. Daarbij wordt doorgaans tevens bepaald dat de overwinst niet aan de preferente aandeelhouders toekomt. Daarmee is het preferente aandeel een soort tussenvorm tussen het gewone aandeel en de obligatie.2
Of het houden van preferente aandelen gevolgen heeft voor de wijze waarop de aandeelhouders van de aan hem op grond van deze aandelen toekomende zeggenschapsrechten (doorgaans stemrechten) gebruik moet maken, dient in beginsel ontkennend te worden beantwoord.3 De achterliggende reden hiervoor is dat de bijzondere rechten die voortvloeien uit preferente aandelen geen zeggenschapsrechten betreffen, maar slechts een bijzonder recht op winst.4 Kortom, de macht van de aandeelhouder wordt niet groter als gevolg van het houden van preferente aandelen in plaats van bijvoorbeeld gewone aandelen.
Een uitzondering hierop kan het uitgeven van preferente aandelen als beschermingsconstructie zijn (‘beschermingsprefs’). In die situatie worden de preferente aandelen uitgegeven (doorgaans aan een stichting) met het oogmerk om te stemmen tegen een (vijandige) overname.5 Onder die omstandigheden zou kunnen worden betoogd dat in beginsel van de aandeelhouder wordt verwacht dat hij zijn stemrecht uitoefent overeenkomstig het doel waarmee de preferente aandelen aan hem zijn uitgegeven.6 Ook bij preferente aandelen kan het oogmerk waarmee de aandelen zijn uitgegeven derhalve onder omstandigheden van belang zijn bij de vraag hoe een aandeelhouder de aan hem toekomende rechten dient uit te oefenen. Het preferente aandeel heeft echter geen invloed op de mate waarin de aandeelhouder rekening dient te houden met het vennootschappelijk belang, tenzij er sprake is van beschermingsprefs die zijn uitgegeven met het oogmerk om het vennootschappelijk belang te behartigen.