Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/10.3.7
10.3.7 Tussenconclusie
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS300188:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Een dergelijke redenering wordt ook door de wetgever aangehangen. Die verwijst daarbij echter naar het risico van het worden gekwalificeerd als feitelijk beleidsbepaler, een kwalificatie die mij (zie hierover ook hoofdstuk 7, paragraaf 7.6.8.) niet geheel terecht lijkt: ‘Niettemin is onder omstandigheden denkbaar dat een aandeelhouder feitelijk het beleid bepaalt. Daarbij speelt de hoeveelheid aandelen die een aandeelhouder in de vennootschap heeft een rol. Verder is van belang hoe de uit de aandelen voortvloeiende zeggenschap wordt aangewend. Zo zal een enig aandeelhouder die het bestuur ontslaat en benoemd en actief gebruik maakt van zijn instructierecht sneller als feitelijk beleidsbepaler worden aangemerkt dan een minderheidsaandeelhouder die zich niet actief inlaat met het beleid van het bestuur.’ (Memorie van toelicht Ambtelijk Voorontwerp Wijziging van de faillissementswet in verband met de invoering van de mogelijkheid van een bestuursverbod (Wet civielrechtelijk bestuursverbod), p. 17).
HR 29 september 2006, NJ 2006, 639 m.nt. Maeijer.
Bijzondere soorten aandelen hebben op twee manieren invloed op de verantwoordelijkheid die een aandeelhouder in acht moet nemen tegenover het vennootschappelijk belang dan wel een bijzonder belang. Allereerst kunnen bijzondere aandelen de macht van een aandeelhouder binnen de vennootschap, al dan niet middels de algemene vergadering van aandeelhouders, beïnvloeden. Heeft de aandeelhouder meer macht, dan wordt van hem een verdergaande mate van verantwoordelijkheid jegens het vennootschappelijk belang verwacht.1 Daarnaast kunnen de bijzondere aandelen met het oogmerk een bepaald belang te behartigen aan de aandeelhouder(s) zijn uitgegeven. Is dit het geval, dan zal de aandeelhouder (ook) hier in vergaande mate rekening mee moeten houden. Het is echter, blijkens het The Mill Resort-arrest,2 niet zo dat de aandeelhouder daarmee alleen nog maar het belang waarmee de aandelen zijn uitgegeven moet behartigen, er blijft ruimte voor zijn eigen belang.