Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/2.7.4
2.7.4 België
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS345806:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Net zoals in Nederland kunnen Belgische vennootschappen er echter voor kiezen om onbeschermd door het leven te gaan.
Wouters, Beginselen van vennootschapsrecht in binationaal perspectief 1998, p. 331. Van belang daarbij is uiteraard dat deze aandeelhouders niet de biedplichtgrens overschrijden, omdat zij anders een bod moeten uitbrengen. Ook België heeft de bieddrempel op 30% gesteld: art. 5 Belgische Overnamewet. Verder kent België net zoals Nederland het concept acting in concert; art. 3 § I, 5 van de Belgische Overnamewet.
Wouters, Beginselen van vennootschapsrecht in binationaal perspectief 1998, p. 331-333.
Voorbeelden zijn KBC Groep (art. 7C van de statuten) en Option (art 5bis van de statuten). Zie Blumberg, Openbare overnamebiedingen, NJW 2010/219, p. 233.
Art. 603 en 604 W. Venn.
Art. 598 lid 2 W. Venn.
Art. 607 § 2 W. Venn. Zie hierover Lemmens, Beschermingsmaatregelen en verweermiddelen tegen een vijandig overnamebod, Acc. Bedr. (M) 2002, afl. 22.5. De gedachte is dat de beslissingsbevoegdheid om het bod te accepteren primair bij de aandeelhouders moet liggen.
Art. 596 W. Venn. In België wordt een aantal opvattingen omtrent het vennootschappelijk belang aangehangen dat vergelijkbaar is met die in Nederland. Een opvatting is die waarbij het belang gelijk is aan het collectief winstbelang van de aandeelhouders. Een andere is die waarbij het vennootschapsbelang gericht is op het gezonde bestaan en de continuïteit van de vennootschap zelf. Zie hierover Geens, Het toegestaan kapitaal als afweermechanisme tegen overvallen: het wettig belang van de bieder (CERUS) en het vennootschapsbelang van de doelwitvennootschap (GMB), TRV 1988, p. 138-139. Zie over de opvattingen omtrent het Nederlandse vennootschappelijk belang paragraaf 3.4.1.
Geens, Het toegestaan kapitaal als afweermechanisme tegen overvallen: het wettig belang van de bieder (CERUS) en het vennootschapsbelang van de doelwitvennootschap (GMB), TRV 1988, p. 139.
Voorts moet de raad van bestuur wederom het vennootschapsbelang in aanmerking nemen Art. 605 lid 1, 1 W.Venn.
Art. 500 W.Venn.
De Belgische wetgever heeft net zoals Nederland de opt-out regeling als bedoeld in de Overnamerichtlijn toegepast. Dat betekent dat de art. 9.2, 9.3 en 11 van de Overnamerichtlijn niet van toepassing zijn en bijgevolg een vennootschap met statutaire zetel in België de keuze heeft om zich te beschermen zonder dat de machtiging van de algemene vergadering nodig is.1
België kent een traditie van geconcentreerd aandelenbezit, hetgeen op zich als een goede vorm van bescherming kan worden beschouwd. Bij Belgische beursvennootschappen is de aanwezigheid van één of meerdere ‘referentieaandeelhouders’ de regel.2 Onder referentieaandeelhouders worden verstaan aandeelhouders die een dusdanig belang in de vennootschap houden dat ze controle kunnen uitoefenen. Referentieaandeelhouders werken bovendien veelal samen in een aandeelhouderssyndicaat waarbij middels een aandeelhoudersovereenkomst, gezamenlijke houdstervennootschap of via certificering, wordt beoogd om een significant deel van de aandelen in vaste handen te verenigen en te houden.3 Zolang de referentieaandeelhouders niet meewerken, kan de vijandige bieder nimmer de controle over de vennootschap verwerven. Het gevolg daarvan is dat vijandige biedingen in België weinig voorkomen. Een ongewenste concentratie van stemmenmacht kan dus ook gemakkelijk gepareerd worden.
Naast het concept van referentieaandeelhouders, bestaat in België de figuur van gifpillen, waarbij de raad van bestuur (i) een kapitaalverhoging bewerkstelligt, of (ii) warrants of converteerbare obligaties uitgeeft. Verscheidene Belgische vennootschappen maken van deze mogelijkheid gebruik.4 De regels omtrent kapitaalverhogingen zijn vergelijkbaar met die in Nederland. Zo is statutaire machtiging vereist van de algemene vergadering, welke machtiging maximaal vijf jaar bedraagt en meerdere malen kan worden verlengd.5 Wil de kapitaalverhoging effect hebben, dan zal ook het voorkeursrecht moeten worden opgeheven. Bij opheffing van het voorkeursrecht mag de uitgifteprijs niet minder bedragen dan het gemiddelde van de koersen gedurende de dertig dagen voorafgaand aan de dag waarop de uitgifte een aanvang nam.6
Indien de vennootschap echter door de Belgische toezichthouder FSMA op de hoogte wordt gebracht van een openbaar overnamebod op de effecten van de vennootschap, dan gelden strengere criteria om de vennootschap te beschermen.7 Genoemd kunnen worden:
de raad van bestuur moet statutair gemachtigd zijn door de algemene vergadering voorafgaand aan de ontvangst van de mededeling van FSMA;
de statuten moeten uitdrukkelijk vermelden dat deze machtiging geldt met het oog op bescherming tegen een openbaar overnamebod;
de machtiging geldt voor een periode van maximaal drie jaar;
de uitgegeven aandelen moeten volledig worden volgestort;
de uitgifteprijs van de aandelen mag niet lager zijn dan de prijs van het bod;
het aantal uit te geven aandelen mag niet meer bedragen dan een tiende van de aandelen die het kapitaal vertegenwoordigen voor de uitgifte;
het besluit van de raad van bestuur moet openbaar gemaakt worden en worden medegedeeld aan FSMA en aan de bieder.
Van belang is verder dat de kapitaalverhoging en de noodzakelijke opheffing van het voorkeursrecht in het belang moeten zijn van de vennootschap.8 Dat zal vooral gezocht moeten worden in de noodzaak van het voortbestaan van de vennootschap.9
Bovenvermelde criteria maken het voor een Belgische vennootschap moeilijker om zich te beschermen dan een Nederlandse vennootschap, die zich beschermt door middel van de mogelijkheid tot uitgifte van beschermingsprefs. Daar waar in Nederland tot de helft van het geplaatste kapitaal aan beschermingsprefs kan worden geplaatst, geldt in België een maximum van tien procent. Verder moeten de aandelen worden volgestort, waarbij de uitgifteprijs ten minste gelijk moet zijn aan de prijs van het bod. De vennootschap moet aldus een partij zien te vinden die over voldoende financiële middelen beschikt. Ten slotte is de raad van bestuur slechts voor een periode van drie jaar gemachtigd, waarin Nederland een machtigingsperiode van vijf jaar geldt. Het instrument zal vooral in samenhang met de referentieaandeelhouders van waarde kunnen zijn.
In België bestaat verder de mogelijkheid om de vennootschap warrants te laten uitgeven. Warrants kunnen als een uitgestelde kapitaalverhoging worden aangemerkt en zijn daarmee vergelijkbaar met de opties onder Nederlands recht. De raad van bestuur kan hieromtrent besluiten, mits hiertoe gemachtigd door de statuten. Voor de opheffing van het voorkeursrecht is echter specifiek machtiging van de algemene vergadering vereist.10 Een andere beperking is dat warrants binnen tien jaar na de uitgifte daarvan dienen te worden uitgeoefend. Zijn de warrants uitgegeven aan andere personen dan personeel of dochtermaatschappijen, dan is de duur zelfs beperkt tot vijf jaar.11
Geconcludeerd kan worden dat vooral het geconcentreerd aandelenbezit (referentieaandeelhouders) in België vennootschappen bescherming geeft. De middelen in het kader van de kapitaalverhoging worden beperkt door het Wetboek van vennootschappen. Dat geldt zowel voor een openbaar bod situatie als anderszins, zij het dat de middelen in een openbaar bod situatie beperkter zijn.