Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/4.3.8:4.3.8 Uitbetaling loon aan uitzendkrachten: inhoudingen
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/4.3.8
4.3.8 Uitbetaling loon aan uitzendkrachten: inhoudingen
Documentgegevens:
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943431:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1996/97, 25 264, nr. 6, p. 1 (Nota van wijziging).
ILO-verdrag 181 vormt de herziening van ILO-verdrag 96.
Verhulp, in: T&C Arbeidsrecht 2023, art. 3 Waadi; Rb. Amsterdam merkte in 2019 een door Helpling op het uurloon van arbeidskrachten ingehouden percentage aan als een tegenprestatie (Rb. Amsterdam 1 juli 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:4546, r.o. 23).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het geval van een uitzendovereenkomst ligt de loonbetalingsverplichting bij de uitzendwerkgever: het uitzendbureau. De arbeidskracht ontvangt het loon dus van het uitzendbureau. De opdrachtgever, de inlener in dit geval, betaalt eerst een bedrag aan het uitzendbureau, waaruit het uitzendbureau het loon aan de arbeidskracht kan betalen. In het bedrag dat het uitzendbureau van de inlener ontvangt, zit, naast het loon, ook een marge opgenomen als beloning voor het uitzendbureau. Het betaalverbod uit de Waadi staat er niet aan in de weg dat het uitzendbureau een vergoeding vraagt van de inlener. Uitgesloten moet echter worden dat de uitzendkracht meebetaalt aan de beloning aan het uitzendbureau voor het ter beschikking stellen.1
Daarbij maakt het niet uit of de tegenprestatie direct van het salaris wordt afgetrokken of op andere wijze wordt voldaan.2 Die interpretatie is in lijn met het in ILO-verdrag 181 neergelegde verbod dat uitzendbureaus direct of indirect, geheel of gedeeltelijk, aan arbeidskrachten bijdragen of kosten in rekening brengen, waarop het Nederlandse betaalverbod is gebaseerd.3 Het betaalverbod kan ook via een inhouding op het loon worden overtreden. Als geen legitieme reden bestaat voor een inhouding zal de inhouding al gauw als tegenprestatie voor de terbeschikkingstelling worden beschouwd.4 Legitieme inhoudingen op het loon zijn natuurlijk de afdracht van loonbelasting en premies voor de volks- en werknemersverzekeringen. Uitzendbureaus dragen ook nog pensioenpremie af aan StiPP. Daarna zal het nettoloon aan de arbeidskracht worden uitbetaald. Het nettoloon van werknemers van de inlener vormt een goed uitgangspunt om te beoordelen of voor inhoudingen een legitieme reden bestaat. Tussen die lonen bestaande verschillen die niet door legitieme redenen verklaard kunnen worden, duiden op een onterechte inhouding op het loon van de uitzendkracht. Zo gaat vanuit het betaalverbod dus ook al een beginsel van gelijke behandeling uit dat verder gaat dan uit een beperkte lezing van art. 8 Waadi volgt.