Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/5.2.3:5.2.3 Uitzonderingen op loondoorbetalingsverplichting werkgever
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/5.2.3
5.2.3 Uitzonderingen op loondoorbetalingsverplichting werkgever
Documentgegevens:
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943666:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In een aantal situaties is de periode gedurende welke de werkgever het loon van een zieke werknemer dient door te betalen korter dan 104 weken. Zo kan het voorkomen dat een werknemer ziek wordt tijdens een tijdelijke arbeidsovereenkomst. Als de einddatum van de overeenkomst zich aandient terwijl de werknemer ziek is, staat de ziekte niet aan het einde van de arbeidsovereenkomst in de weg. De werkgever dient de ziekte van de werknemer aan het UWV te melden voor het aflopen van de arbeidsovereenkomst, zodat het UWV op de hoogte is van het feit dat de werknemer ziek uit dienst treedt. De werknemer wordt dan een ‘vangnetter’ en kan een uitkering uit hoofde van de Ziektewet aanvragen: ziekengeld. Het ziekengeld wordt door het UWV verzorgd. Indien de ziekteperiode nog geen 52 weken heeft geduurd, gelden geen aanvullende vereisten om in aanmerking te komen voor ziekengeld. De arbeidskracht die ziek uit dienst gaat, heeft in die periode recht op ziekengeld van 70% van het dagloon.1 Dagloon is het gemiddelde van het loon waarover de werknemer belasting en premies heeft betaald tijdens het dienstverband.2 Zodra de arbeidskracht echter langer dan 52 weken ziek is, wordt de mate van arbeidsongeschiktheid van belang om te bepalen of een recht op ziekengeld bestaat. Dan bestaat geen recht op ziekengeld meer als de werknemer in staat is meer dan 65% per uur te verdienen van hetgeen gezonde personen met soortgelijke opleiding en ervaring gewoonlijk verdienen met arbeid ter plaatse waar hij arbeid verricht of het laatst heeft verricht of in de omgeving daarvan. Het arbeidsongeschiktheidsbegrip voor ‘vangnetters’ wijkt na 52 weken dus af van het begrip hiervan in het BW. De ratio hierachter wordt besproken bij de bespreking van het loon van zieke uitzendkrachten op wie een uitzendbeding van toepassing is. Dat zijn namelijk eveneens ‘vangnetters’.
Ook wanneer het dienstverband niet eindigt gedurende de eerste 104 weken, kan de zieke werknemer al voor het verstrijken van 104 weken in aanmerking komen voor een uitkering uit hoofde van de Ziektewet. Deze ziektewetuitkering ontvangt de werkgever dan van het UWV. De werkgever verrekent de uitkering met het loon dat hij aan de werknemer doorbetaalt tijdens ziekte. Het UWV neemt zo de verplichting om het loon bij ziekte door te betalen over van de werkgever. Deze constructie is bedoeld voor specifieke ziektegevallen waarvan de wetgever vond dat deze niet voor rekening van de werkgever dienen te komen. Zo betaalt het UWV 100% van het dagloon door aan werknemers die ziek zijn door zwangerschap, bevalling of orgaandonatie.3 Daarnaast kan een ziektewetuitkering worden aangevraagd voor onder andere werknemers met een ziekte of handicap en oudere, voormalig werkloze werknemers.4
Zodra een zieke (ex-)werknemer in aanmerking komt voor uitkering van ziekengeld, is het dus het UWV dat het geld zal uitkeren. Het UWV neemt die verantwoordelijkheid in principe over van de (ex-)werkgever. Dat gebeurt echter niet indien de werkgever eigenrisicodrager is. Een eigenrisicodrager betaalt zelf het ziekengeld aan werknemers die voor uitkering daarvan in aanmerking komen. Dit kunnen dus zwangere werknemers of werknemers met een handicap zijn, maar ook oud-werknemers. Een eigenrisicodrager betaalt minder premie voor de werknemersverzekeringen. Het premiegedeelte dat bestemd is voor het betalen voor ziektewetuitkeringen aan voormalige flexkrachten, zoals uitzendkrachten, hoeft immers niet te worden betaald.