Zoeken naar zekerheid
Einde inhoudsopgave
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/6.1.3:6.1.3 De motivering van de vaststelling van innerlijke processen en overtuigingen
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/6.1.3
6.1.3 De motivering van de vaststelling van innerlijke processen en overtuigingen
Documentgegevens:
R.W.J. Severijns, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
R.W.J. Severijns
- JCDI
JCDI:ADS180079:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aan het einde van de asielprocedure moet de beslismedewerker zijn oordeel geven over de geloofwaardigheid van de gestelde bekering. Over het algemeen zeggen medewerkers hiervoor voldoende tijd te hebben. Ze hebben echter weinig houvast bij het uitvoeren van de beoordeling. Met name omdat ze niet altijd weten hoe ze de informatie die tijdens het onderzoek is verzameld moeten wegen. Dit komt doordat er weinig instructies zijn die voorschrijven hoe de weging moet worden uitgevoerd. De beoordeling vergt daarom een deels subjectief oordeel.
R: Als jij een goede beoordeling wilt doen van iemand, bijvoorbeeld op zijn geaardheid. We hebben nu een instructie waarin alle vragen staan die we kunnen stellen. Dat is duidelijk. Maar vervolgens krijg je ook een heleboel antwoorden. Hoe moet je die antwoorden gaan wegen? Ja. Wat kan ik verwachten van iemand die uit Oeganda komt? Wat moet ik van hem verwachten wat hij vertelt over zijn geaardheid? Geen idee.
I: Dat staat er niet bij? Bij de vragen staan geen antwoorden?
R: Nee, en ook niet hoe we dat moeten wegen, daarvoor is ook geen instructie. Kijk, in de wetenschap en in allerlei asielbladen zal er een boel over geschreven zijn en er zijn conferenties over met COC en allerlei. Maar goed, ik kan het niet allemaal lezen, ik heb er geen tijd voor. En dus ja. Dan is het heel erg moeilijk. Dan ga je dus, denk ik, heel erg veel op je gevoel af en niet zozeer dat je het feitelijk objectief toetst.1
Eén medewerker ziet dit anders. Hij is van mening dat de gedragslijn zo duidelijk is, dat het volgen van die lijn altijd tot een beslissing leidt. Als er onvoldoende argumenten zijn om de aanvraag af te wijzen, moet die volgens hem (uiteraard) worden ingewilligd.
R:. Je hebt echt heel duidelijk die gedragslijn. Die geeft gewoon van als dit, dan dit en dit. En ik volg dat gewoon heel strikt. Soms merk je gewoon dat mensen zeggen: ik vind dat niet genoeg. En als je die lijn volgt: het moet op alle punten overtuigen en dan kijk je maar of het bij de rechter stand houdt. Dus ik vind eigenlijk dat het niet per se hoeft.
I: Je hebt nog geen zaken terug gehad van de rechter?
R: Nee, ik heb meerdere zaken afgewezen, maar heb er nog geen terug gehad van de rechter. Ook ingewilligd hoor trouwens. Maar je ziet gewoon heel duidelijk verschil. Ik kijk gewoon heel duidelijk naar de gedragslijn die is uitgezet.
I: Maar wat andere mensen zeggen is, van ja, bekeringen, we kunnen eigenlijk niets.
R: Dat bedoel ik. Die mensen kijken niet goed naar onze gedragslijn. Ik vind dat namelijk helemaal niet.
I: En je hebt nooit een bekeerling ingewilligd terwijl je dacht, ik geloof het niet? R: Jawel, dat wel. […]Als de verklaringen gewoon goed zijn en ik hem op al die punten […] volg. Ik heb niets om hem af te wijzen, dus ik willig hem in. Maar of ik hem zelf dan geloof...2
Ook de hieronder aangehaalde medewerker denkt hetzelfde. Toch signaleert hij dat er niet vaak voldoende argumenten zijn om een aanvraag af te wijzen, ook al gelooft hij de bekering niet.
R: Ja, dat klopt. Je kunt wel eens een gehoor hebben en waarvan je ziet dat iemand zoiets heeft van: kom maar op, maar op alle vragen antwoorden heeft. Dan kun je wel denken: ik geloof hem niet. Maar ja, je moet het wel op papier kunnen zetten en dan ben je dus gedwongen om een vergunning te verlenen. Daarom worden ook bijna al die zaken ingewilligd, omdat de rechter daar ook niets zinnigs over kan zeggen. Daarom is het ook zo dat mensen die constant opnieuw asiel aanvragen en de vijfde keer zijn ze bekeerd. Ja, iedereen denkt dan wel, het zal wel. Maar goed, je kunt er niets mee. 3