Gewogen rechtsmacht in het IPR
Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/3.5.0:3.5.0 Introductie
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/3.5.0
3.5.0 Introductie
Documentgegevens:
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS432986:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1999/00, 26 855, nr. 3, p. 29 (MvT).
Zie nader Vlas (2002), nr. 231-234.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij gebreke van een (geldige) forumkeuze wordt de commune rechtsmacht van de Nederlandse rechter bepaald volgens de objectieve gronden voor de rechtsmacht. Hierbij dient onderscheid te worden gemaakt tussen procedures die bij dagvaarding en procedures die bij verzoekschrift moeten worden ingeleid. De hoofdregel voor dagvaardingsprocedures is te vinden in art. 2 Rv; die voor verzoekschriftprocedures in art. 3 Rv. In beide bepalingen komt de woonplaats of gewone verblijfplaats als aanknopingsfactor voor. Blijkens art. 1:10 lid 1 BW bevindt de woonplaats van een natuurlijke persoon zich te zijner woonstede en bij gebreke daarvan ter plaatse van zijn werkelijk verblijf.1 Het werkelijk verblijf in Nederland kan niet als basis voor rechtsmacht dienen, wanneer de persoon elders woonstede heeft. Het baseren van rechtsmacht op een dergelijke grond kan in het buitenland als exorbitant worden beschouwd, waardoor de erkenning en tenuitvoerlegging van een Nederlandse beslissing aldaar tot problemen aanleiding kan geven. Heeft de betrokkene nergens ter wereld woonstede dan kan zijn werkelijk verblijf hier te lande wel rechtsmacht scheppen.
Met de gewone verblijfplaats wordt gedoeld op de `résidence habituelle', oftewel de maatschappelijke woonplaats, zoals in diverse verdragen en EG-verordeningen wordt gehanteerd.2 Bij het bepalen van de maatschappelijke woonplaats zal het in veel gevallen aankomen op een waardering van de feiten van het concrete geval. Volgens de Memorie van Toelichting is het denkbaar dat iemand in Nederland zijn gewone verblijfplaats heeft, maar geen woonplaats. Dat is het geval bijvoorbeeld bij de afhankelijke woonplaats .3 Maar ook als uit omstandigheden blijkt dat iemand elders zijn woonplaats heeft en daarnaast voor een zodanige periode en onder zodanige omstandigheden in Nederland verblijft, dat niet slechts van werkelijk verblijf maar ook van een gewone verblijfplaats hier te lande kan worden gesproken.4
Blijkens art. 1:10 lid 2 BW heeft een rechtspersoon zijn woonplaats ter plaatse waar hij volgens wettelijk voorschrift of volgens zijn statuten of reglementen zijn zetel heeft. Buiten de toepassing van verdragen en EG-verordeningen hebben buitenlandse rechtspersonen die in Nederland een kantoor of filiaal houden, ten aanzien van de aangelegenheden die dit kantoor of filiaal betreffen krachtens art. 1:14 BW mede woonplaats in Nederland.5