De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/4.5.6.a:4.5.6.a Inleiding
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/4.5.6.a
4.5.6.a Inleiding
Documentgegevens:
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250410:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 4.5.6.c.
Zie art. 7A:1680 BW en art. 18 WvK.
Zie art. 7A:1680 BW.
Zie art. 7:404 BW.
Tervoort 2015, p. 117-156, Stokkermans 2017, p. 91-123, 253-266 en 306-313, Asser/Maeijer & Van Olffen 7-VII 2017/103-148a en Huizink 2020, p. 27-35 en 51-61.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Enigszins vergelijkbaar met de hierboven genoemde situatie dat een 403-maatschappij lid wordt van een vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij, is het geval dat de 403-maatschappij toetreedt tot een personenvennootschap. Opnieuw komt de vraag op in hoeverre de verplichtingen van de 403-maatschappij die zijn verbonden aan het zijn van vennoot in de personenvennootschap onder de reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid vallen.
De discussie in de literatuur ten aanzien van het antwoord op bovenstaande vraag, richt zich hoofdzakelijk op de aansprakelijkheid van een vennoot voor de schulden van de personenvennootschap tegenover derden. Als bijvoorbeeld een vennoot in een vennootschap onder firma namens de vennootschap een huurovereenkomst aangaat, zijn alle vennoten op grond van art. 18 WvK hoofdelijk aansprakelijk voor de huurpenningen die daaruit voortvloeien. De vraag in hoeverre de moedermaatschappij op grond van de 403-verklaring mede aansprakelijk is voor deze schulden van de 403-maatschappij als vennoot, wordt in de literatuur verschillend beantwoord.
Hoewel het antwoord op bovenstaande vraag van belang is om vast te kunnen stellen in hoeverre de moedermaatschappij op grond van de 403-verklaring aansprakelijk is voor de verplichtingen van de 403-maatschappij die zijn verbonden aan het zijn van vennoot in een personenvennootschap, is dit slechts een deel van het antwoord. Naar mijn mening moet de ‘externe’ aansprakelijkheid van een vennoot voor de schulden van de personenvennootschap jegens derden, worden onderscheiden van de aansprakelijkheid van de vennoot jegens de personenvennootschap zelf. Ik duid deze laatste grond voor aansprakelijkheid aan als de ‘interne’ aansprakelijkheid van een vennoot. Ik kom later terug op dit onderscheid.1
Voordat ik toekom aan de verschillende standpunten in de literatuur met betrekking tot de aansprakelijkheid van een moedermaatschappij voor de verplichtingen van de 403-maatschappij als vennoot voor de schulden van de personenvennootschap jegens derden, maak ik eerst nog een algemene opmerking met betrekking tot deze aansprakelijkheid van een vennoot. In hoeverre een vennoot aansprakelijk is voor de schulden van de personenvennootschap jegens een derde, is onder meer afhankelijk van het soort personenvennootschap, de onderlinge afspraken tussen de vennoten en het soort overeenkomst die de personenvennootschap met de wederpartij is aangegaan. Ik wijs bijvoorbeeld op het verschil tussen de aansprakelijkheid voor gelijk delen voor vennoten in een maatschap en de hoofdelijke aansprakelijkheid van vennoten in een vennootschap onder firma.2 Daarnaast geldt voor de aansprakelijkheid van vennoten in een maatschap dat er met de wederpartij een andere verdeling van aansprakelijkheid kan zijn afgesproken3 en dat de aansprakelijkheid voor schulden die voortvloeien uit een overeenkomst van opdracht die is aangegaan met het oog op een specifieke vennoot afwijkt van de hoofdregel.4 Tot slot wijs ik nog op de aansprakelijkheid van toe- en uittredende vennoten, en die van een commanditaire vennoot die het beheersverbod heeft overtreden.5 Het voert te ver om de diverse gronden voor aansprakelijkheid en de onderlinge verschillen op deze plek uit te werken. Voor een uiteenzetting hiervan verwijs naar de relevante literatuur.6