Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht
Einde inhoudsopgave
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/5.4:5.4 Onderzoek naar de strafmaat; bewijsstandaarden
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/5.4
5.4 Onderzoek naar de strafmaat; bewijsstandaarden
Documentgegevens:
mr. I.J. Krukkert, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. I.J. Krukkert
- JCDI
JCDI:ADS460899:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over dit proces van weten, waarderen en wegen: Schuyt, p. 301 e.v..
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op enig moment tegen het eind van het onderzoek ter terechtzitting, zal de rechter zich de vraag stellen of hij voldoende informatie heeft verzameld voor het beantwoorden van de vragen van de artikelen 348 en 350 Sv (de beraadslaging). Dit geldt dus ook voor de laatste vraag van artikel 350 Sv betreffende de strafmaat. Om een verantwoorde beslissing omtrent de hoogte van de straf te kunnen nemen, zal hij zich in eerste instantie moeten realiseren dat het onderzoek naar mogelijk relevante strafbeïnvloedende factoren – zoals dat gedurende de voorafgaande onderzoeken (paragrafen 5.2 en 5.3) is vormgegeven – tot dan toe volledig is geweest. Als dat onderzoek niet volledig is, dan zal hij zelf nader onderzoek moeten doen door bijvoorbeeld de verdachte of de OvJ nader te ondervragen. Vervolgens zal hij na moeten gaan of de hem ter kennis gekomen strafbeïnvloedende omstandigheden daadwerkelijk voldoen aan de vereiste bewijsstandaard. Als dat niet het geval is, dan kan hij die factoren niet bij de beraadslaging waarderen en meewegen.1
Het voorgaande – dat in zekere zin ook voor de zorgvuldig opererende inspecteur heeft te gelden – roept de volgende twee vragen op: In hoeverre rust op de inspecteur en de strafrechter de verplichting om uit zichzelf (‘ambtshalve’) onderzoek te doen naar strafbeïnvloedende omstandigheden? En welke bewijsstandaarden gelden daarbij?
5.4.1 Ambtshalve onderzoek: strafverzwarende omstandigheden5.4.2 Ambtshalve onderzoek: strafverminderende omstandigheden5.4.3 Bewijsstandaarden: wettelijke strafbeïnvloedende omstandigheden5.4.4 Bewijsstandaarden: niet-wettelijke strafbeïnvloedende omstandigheden