Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/7.3.4.1.1:7.3.4.1.1 Stelplicht
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/7.3.4.1.1
7.3.4.1.1 Stelplicht
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940316:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De zogeheten stelplicht houdt in, dat elk van de partijen de feiten moet stellen waarop hij zijn standpunt baseert. Voor de belastingplichtige geldt in beroep dus dat hij in zijn beroepschrift zijn grieven en de daaraan ten grondslag liggende feiten moet aangeven, oftewel de feitelijke gronden moet aanvoeren waarop zijn rechtsvordering berust.1 Deze zogenoemde rechtsfeiten zijn noodzakelijk om het standpunt van de betreffende partij te kunnen honoreren.2
Uit de bewijslastverdeling volgt wie de feiten en omstandigheden moet bewijzen die tot een bepaald rechtsgevolg leiden. Op diegene rust de primairebewijslast, die in eerste instantie beperkt blijft tot de stelplicht. Worden de gestelde feiten door de wederpartij weersproken, dan zal de eerstgenoemde partij ook daadwerkelijk het bewijs moeten leveren.3