Bedrijfswaarde (FM)
Einde inhoudsopgave
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/6.7.4:6.7.4 Opwaardering naar hogere bedrijfswaarde
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/6.7.4
6.7.4 Opwaardering naar hogere bedrijfswaarde
Documentgegevens:
G.Th.K. Meussen, datum 07-10-1997
- Datum
07-10-1997
- Auteur
G.Th.K. Meussen
- JCDI
JCDI:ADS351657:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 18 maart 1992, nr. 27 918, BNB 1992/186.
H. Schutteváer, Privaatrecht en belastingrecht; betrekkingen en wisselwerkingen, Fiscale Monografie nr. 27, academisch proefschrift, Deventer, Kluwer, 1972, blz. 34.
De duurzaamheid is dus aan de waardedaling komen te ontvallen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals in het fiscale recht, kan er ook voor het civiele recht sprake zijn van een verplichting tot waardering op hogere bedrijfswaarde. Dit kan althans worden afgeleid uit een arrest van 18 maart 19921 waarin het Hof Amsterdam (rolnr. 3267/ 89) overweegt:
`5.3. Indien een vast actief in enig jaar is gewaardeerd beneden de verkrijgingsprijs, verminderd met de stelselmatige jaarlijkse afschrijvingen, op de lagere bedrijfswaarde, en in een later jaar de bedrijfswaarde stijgt, verhoogt die waardestijging de winst over dat jaar. Evengenoemde bijboekingen vinden hun grens in de verkrijgingsprijs van het actief, verminderd met de stelselmatige jaarlijkse afschrijvingen. Ook deze regel is vaste rechtspraak voor de fiscale winstberekening.
Zij geldt mede voor de jaarrekening naar burgerlijk recht op grond van art. 2:38Z vijfde lid, Burgerlijk Wetboek: (cursivering GM).
De Hoge Raad gaat in zijn arrest overigens niet uitdrukkelijk in op deze overweging van het Hof Amsterdam.
Het is niet opvallend dat in een fiscale procedure een dergelijke belangrijke interpretatie van een civielrechtelijke waarderingsregel wordt gegeven. Schuttevaer2 schrijft reeds over de 'wisselwerkingen' zijnde de wederkerige beïnvloedingen die ontstaan als de beide rechtsgebieden privaatrecht en belastingrecht beurtelings met betrekking tot het andere rechtsgebied vormend optreden. De Hoge Raad schaart zich aangaande de visie op art. 2:387, vijfde lid Burgerlijk Wetboek niet uitdrukkelijk achter de visie van Hof Amsterdam. Toch ligt het voor de hand dat een niet meer voorhanden zijnde duurzame waardedaling van een activum3, zowel in fiscaalrechtelijke als in civielrechtelijke zin leidt tot een opwaardering tot maximaal het bedrag van de kostprijs (minus afschrijvingen).