Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/9.3.3.2:9.3.3.2 Rangregeling
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/9.3.3.2
9.3.3.2 Rangregeling
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186944:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
646. De achterstelling kan een grotere rol spelen als de junior executiemaatregelen neemt en tegelijk met andere schuldeisers van de derde zijn vordering verhaalt op de executie-opbrengst. Dat is bijvoorbeeld het geval als de junior derdenzekerheidsrechten uitwint terwijl andere schuldeisers voordien op die goederen beslag hebben gelegd en opkomen in de rangregeling ter verdeling van de executie-opbrengst. Dit speelt ook als de borg of hoofdelijk medeschuldenaar failliet gaat en de junior tijdens dat faillissement zijn vordering probeert te verhalen tegelijk met andere schuldeisers van de medeschuldenaar. In beide gevallen treft de junior de andere schuldeisers van de derdenzekerheidsgever of medeschuldenaar in een rangregeling, hetzij buiten faillissement, hetzij daarbinnen. Daardoor ontstaat de vraag of de achterstelling van de juniorvordering op de hoofdschuldenaar doorwerkt in de rangregeling ter verdeling van de executie-opbrengst van vermogensbestanddelen van de medeschuldenaar of derdenzekerheidsgever.
Een eigenlijke achterstelling van de juniorvordering op de hoofdschuldenaar werkt niet van rechtswege door bij verhaal op goederen van de medeschuldenaar of derdenzekerheidsgever. Het verhaalsrecht op de hoofdschuldenaar kan in rang worden verlaagd zonder dat het verhaalsrecht op de goederen van de derde in rang is verlaagd.1 Het is dus een vraag van uitleg van de concrete rechtsverhouding of de achterstelling ook het verhaalsrecht jegens de goederen van de medeschuldenaar of derdenzekerheidsgever betreft. Dat kan bijvoorbeeld blijken uit de achterstellingsovereenkomst, uit de overeenkomst of 403-verklaring waarmee de medeschuldenaar hoofdelijke aansprakelijkheid heeft aanvaard, of uit de akte van vestiging van de derdenzekerheidsrechten.
Als blijkt dat de eigenlijke achterstelling ook is verbonden aan het verhaalsrecht op het vermogen van de derde moet bovendien worden bepaald ten opzichte van welke andere verhaalsrechten op dat vermogen de rang is verlaagd. De eigenlijke achterstelling kan zijn beperkt tot senioren die net zoals de junior een verhaalsrecht hebben op het vermogen van de hoofdschuldenaar, maar dat is niet noodzakelijk. Ook dit vraagt om uitleg van de concrete achterstelling.2
Als de eigenlijke achterstelling ook het verhaalsrecht op het vermogen van de derde omvat en er een derdenzekerheidsrecht is gevestigd, dan bestaan er tegenstrijdige aanwijzingen omtrent de rang van dat verhaalsrecht. Dat verhaalsrecht is achtergesteld en er is voorrang aan verbonden. Dan moet de rang van dat verhaalsrecht op dezelfde manier worden bepaald als de rang van een eigenlijk achtergesteld verhaalsrecht waarvoor zekerheidsrechten zijn gevestigd op het vermogen van de schuldenaar zelf.3
647. Ook een oneigenlijke achterstelling werkt niet noodzakelijkerwijs door in het verhaalsrecht van de junior op het vermogen van de medeschuldenaar of derdenzekerheidsgever.4 Als dat wel het geval is, dan kan de junior bij de verdeling van de executie-opbrengst opkomen voor de contante waarde van zijn vordering of moet zijn vordering daarbij worden behandeld als een eigenlijk achtergestelde vordering.5
Na erkenning van de vorderingen in de rangregeling wordt de executie-opbrengst van het goed van de derde verdeeld. Dat gebeurt op de wijze uiteengezet in paragraaf 7.4.