Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/9.3.3.3:9.3.3.3 Doorstortplicht
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/9.3.3.3
9.3.3.3 Doorstortplicht
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186522:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
648. Een juniorschuldeiser die zijn persoonlijke of derdenzekerheidsrechten heeft uitgewonnen moet in sommige gevallen de opbrengst daarvan afdragen aan de senior. Een dergelijke doorstortplicht kan volgen uit de achterstellingsovereenkomst of ontstaan op grond van de wet. Of de achterstellingsovereenkomst de junior daartoe verplicht is een vraag van uitleg van die concrete overeenkomst en eventueel van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid.1
Bij de vraag of uit de wet een doorstortplicht volgt moet worden onderscheiden tussen het geval dat alleen de junior zich op het vermogen van de derde kan verhalen en het geval dat de senior dat ook kan.
Als alleen de junior zich kan verhalen op het vermogen van de derde, dan komt het seniorverhaalsrecht niet direct in conflict met het juniorverhaalsrecht bij verhaal op de derde. De senior kan slechts indirect worden geraakt doordat de junior verhaal neemt op de derde en die vervolgens verhaal neemt op de hoofdschuldenaar.2 Er is dan geen reden om aan te nemen dat de junior bedragen die hij op de derde verhaalt moet doorstorten aan de senior, tenzij de achterstellingsovereenkomst een dergelijke bijzondere doorstortplicht schept.
Dit ligt anders als de senior net als de junior een verhaalsrecht heeft jegens het vermogen van de derde, bijvoorbeeld omdat de senior ook een hoofdelijke vordering op de schuldenaar en de medeschuldenaar heeft. Dan ontstaat bij het verhaal op het vermogen van de derde een conflict tussen twee verhaalsrechten op hetzelfde vermogen. Dat conflict is niet anders dan in andere gevallen waarin twee schuldeisers tegelijk verhaal proberen te nemen. Als het verhaalsrecht van de junior op het vermogen van de derde is achtergesteld, dan geldt voor de doorstortplicht hetgeen in paragraaf 6.6.3 daarover is opgemerkt.
Als de junior en de senior beiden een verhaalsrecht op het vermogen van de derde hebben én voor de juniorvordering is een derdenzekerheidsrecht gevestigd, dan is het conflict tussen hun beide verhaalsrechten op de derde mutatis mutandis hetzelfde als het conflict tussen een junior met een zekerheidsrecht op het vermogen van zijn schuldenaar en een senior met een ongezekerd verhaalsrecht op dat vermogen. Zie over de doorstortplichten in dat geval paragraaf 9.2.2.6.