Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/9.3.4
9.3.4 Verhaal op de vruchten
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264526:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
HR 25 januari 1991, NJ 1992/172, m.nt. H.J. Snijders (Van Berkel/Tribosa), r.o. 3.3. Een uitzondering hierop is art. 507 lid 3 Rv, waarover Asser/Steneker 5 2019, nr. 107.
In deze paragraaf schaar ik onder ‘de gesecureerde vordering’ ook de vordering tot vergoeding van kosten die de hypotheekhouder in de uitoefening van het beheer heeft gemaakt.
Omdat inbeheerneming vaak plaatsvindt als de hypotheekgever in verzuim is met de terugbetaling van de gesecureerde vordering, bestaat de kans dat de hypotheekgever failleert terwijl de hypotheekhouder het hypotheekobject beheert. In dat geval vindt de verrekening van de afdrachtsverplichting van de geïnde vruchten plaats (in het zicht van) het faillissement van de hypotheekgever. Dit vormt een bedreiging voor de geldigheid van de verrekening door de hypotheekhouder. Dit werk ik nader uit onder §9.3.6.
Gerver 2001, p. 80; Loesberg & Van Ingen 2010, p. 176; Stein 2018, in: GS Vermogensrecht, ad 3:267 BW, nr. 7.3; Van Bergen 2019, p. 178-184.
Gerver 2001, p. 79-80; Loesberg & Van Ingen 2010, p. 175-176; Visser 2013, p. 404; Struycken & Wijnstekers 2016, p. 42, in het bijzonder voetnoot 37; Stein 2018, in: GS Vermogensrecht, ad 3:267 BW, nr. 11; Van Bergen 2019, p. 164. Mogelijk anders: Rb Amsterdam 8 oktober 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BK1877 (Eiseressen/Aareal Bank AG), r.o. 4.4. De rechtbank overwoog in deze zaak dat de schuldenaar zich niet kon verzetten tegen eventuele winst die de bank maakt. Onduidelijk is echter of de rechtbank hiermee doelde op winst die de bank verkreeg door uitoefening van hypothecair beheer, of door exploitatie van het hypotheekobject nadat zij zelf de eigendom van dit object had verkregen.
Faber 2005, p. 18; Schuijling 2019, nr. 5; Van Bergen 2019, p. 164.
Over gelijksoortigheid van de te verrekenen schulden, zie Faber 2005, p. 47-48; Schuijling 2019, nr. 10.
De hypotheekhouder wordt in beginsel immers eigenaar van de getrokken vruchten: §9.3.2.
Struycken & Wijnstekers 2016, p. 42, in het bijzonder voetnoot 37; Van Bergen 2019, p. 163-165.
Ten tijde van de vestiging van het hypotheekrecht kunnen partijen alle huidige en toekomstige huurvorderingen uit reeds bestaande huurovereenkomsten (bij voorbaat) verpanden: HR 24 oktober 1980, NJ 1981/265, m.nt. W.M. Kleijn (Solleveld II); Steneker 2012, nr. 47-48; Schuijling 2016, p. 258 en 268-276; Asser/Van Mierlo & Krzeminski 3-VI 2020, nr. 166, 220 en 228. Voorts kan de zekerheidsgerechtigde huurvorderingen uit ten tijde van het vestigen van het hypotheekrecht nog niet bestaande huurovereenkomsten aan zich laten verpanden, door dagelijks een verzamelpandakte te laten registreren: HR 3 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT6947, NJ 2012/261, m.nt. F.M.J. Verstijlen (Dix q.q./ING), r.o. 4.2-4.7; HR 1 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY4134, JOR 2013/155, m.nt. B.A. Schuijling & N.E.D. Faber (Van Leuveren q.q./ING), r.o. 4.3-4.5.2; Steneker 2012, nr. 49; Van Hoof 2015, p. 360-374; Schuijling 2016, p. 283-294; Asser/Van Mierlo & Krzeminski 3-VI 2020, nr. 224.
Barkey Wolf 2009, p. 123; Struycken & Wijnstekers 2016, p. 42, in het bijzonder voetnoot 37; Van Bergen 2019, p. 174-175. Over verhaal door de openbaar pandhouder, zie Steneker 2012, nr. 55-57; Asser/Van Mierlo & Krzeminski 3-VI 2020, nr. 213 e.v. Als de hypotheekhouder een bank is, kan hij er voorts voor zorgen dat stil verpande huurvorderingen worden voldaan op een rekening die de schuldenaar bij hem aanhoudt. De bank kan het geïnde – zelfs in faillissement – verrekenen, mits deze vordering is gesecureerd door het pandrecht op de betaalde huurvordering: HR 17 februari 1995, NJ 1996/471, m.nt. W.M. Kleijn (Mulder q.q./CLBN); HR 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ5663, NJ 2013/421, m.nt. F.M.J. Verstijlen (ABN AMRO Commercial Finance/Curatoren Favini); Steneker 2012, nr. 58; Asser/Van Mierlo & Krzeminski 3-VI 2020, nr. 235-236; Schuijling 2019, nr. 46.
Naar Nederlands recht komen de geïnde vruchten niet van rechtswege in mindering op de gesecureerde vordering. De wet geeft hiervoor geen grondslag. De voorrang van het hypotheekrecht strekt zich bovendien in beginsel niet uit tot de vruchten van het hypotheekobject.1
De hypotheekhouder kan zijn gesecureerde vordering2 echter toch op de vruchten van het beheer ‘verhalen’ door verrekening.3 De hypotheekhouder int de vruchten van het hypotheekobject – in het bijzonder huurvorderingen – in eigen naam, maar voor rekening van de hypotheekgever.4 Dit betekent dat als de hypotheekhouder vruchten van het hypotheekobject heeft geïnd, hij een schuld aan de hypotheekgever krijgt tot afdracht van de waarde van de geïnde vruchten. De hypotheekhouder kan deze afdrachtsverplichting verrekenen met de tegenvordering (bijvoorbeeld de door het hypotheekrecht gesecureerde vordering) die hij op de hypotheekgever heeft.5 Op deze verrekening is de regeling van art. 6:127 e.v. BW van toepassing.
De hypotheekhouder is op grond van art. 6:127 e.v. BW bevoegd tot verrekening van zijn schuld tot afdracht van gelden die hij als beheerder heeft geïnd indien is voldaan aan de vier materiëlere vereisten voor verrekening: de hypotheekhouder en de hypotheekgever zijn over en weer elkaars schuldeiser en schuldenaar (wederkerigheid), de hypotheekhouder heeft een prestatie te vorderen die beantwoordt aan zijn schuld (gelijksoortigheid), hij is bevoegd de schuld te betalen en de hypotheekhouder is bevoegd tot het afdwingen van de betaling van zijn vordering.6
Het vereiste van gelijksoortigheid7 staat mogelijk aan verrekening in de weg als de hypotheekhouder natuurlijke vruchten heeft getrokken. Als de hypotheekhouder natuurlijke vruchten trekt, krijgt hij een schuld tot afdracht van deze vruchten aan de hypotheekgever. Deze schuld beantwoordt niet aan de gesecureerde vordering, die in geld luidt. De hypotheekhouder kan zijn schuld voldoen door de natuurlijke vruchten in eigendom over te dragen aan de hypotheekgever. In plaats daarvan kan de hypotheekhouder de vruchten ook verkopen en leveren aan een derde.8 Hij dient dan de verkoopopbrengst af te staan aan de hypotheekgever. De hypotheekhouder kan deze geldschuld wel verrekenen met de gesecureerde vordering.
Als de beherend hypotheekhouder zich wil verhalen op huurvorderingen voor het object dat hij in beheer heeft genomen, heeft hij twee mogelijkheden. Ten eerste kan hij de huurvorderingen innen op grond van zijn beheersbeding. Vervolgens kan hij zich uit het geïnde bedrag voldoen door dit te verrekenen met de gesecureerde vordering.9 De hypotheekhouder heeft echter nog een tweede mogelijkheid: hij kan huurvorderingen aan zich laten verpanden.10 Hij kan een pandrecht verkrijgen op alle huurvorderingen die betrekking hebben op huur die is genoten voor het faillissement van de verhuurder. Als de hypotheekhouder verpande huurvorderingen heeft geïnd, kan hij zich op grond van zijn pandrecht met voorrang op andere schuldeisers voldoen uit het geïnde.11