Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/3.11.4
3.11.4 Eerste Onderwijsnota-Rutten 1951
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS976983:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Handelingen II 1949/50, p. 774; vgl. H. van Sleen, ‘Het onderwijs op de helling. De nota van de Minister van OKW betreffende Onderwijsvoorzieningen, in: PvdA, Onderwijscongres 1952, p. 21 e.v., Leune 2001, p. 25 en ‘Onderwijs en maatschappelijke verandering. Een terugblik op 200 jaar onderwijs en onderwijsbeleid in Nederland’, in: Boekholt e.a. 2002, p. 21 e.v.
Onderwijsplan-Rutten, ’s-Gravenhage: Sdu 1951, p. 5; Elias, Dertig jaar onderwijs-zwart op wit, Groningen: WN 1982, p. 136.
Handelingen II, Bijlagen 1950/51, 2233. Er zijn inmiddels veel artikelen over het onderwijsstelsel van het A.V.M.O verschenen, onder meer in een special van PS 1950, met bijdragen van H. Nieuwenhuis, ‘Naar een verdere organisatie van ons middelbaar onderwijs’, p. 195-210 en C.J. Rol, p. 210-222.
Onderwijsplan-Rutten, 's-Gravenhage: Sdu 1951 (Kamerstukken II 1950/51, 2233, nr. 2); Van der Heiden 2004, p. 13 e.v.
Ph.J. Idenburg, ’Naar een constructieve onderwijspolitiek’, PS 1970, p. 1-18; vgl. Van den Brink1971 en Van der Heiden 2004, p. 12, 97, 109, 156-158.
Duyverman 1936, p. 24.
Van der Heiden 2004, p. 83 e.v.
Kamerstukken II 1939/40.
Door het niet indienen van het wetsontwerp is onduidelijk waaruit staatswetenschappen bestaat. Wel is duidelijk dat Rutten veel waarde hecht aan staats- en gemeenschapsopbouw. Dat is waarschijnlijk de reden dat de staatswetenschappen zijn opgenomen. Het is geen maatschappijleer. Dan zou dat vermeld zijn.
Onderwijsplan-Rutten 1951, p. 8-13; vgl. J.A.M. Cornelissen, Vernieuwing van het onderwijs, Uitg. Helmond 1951, p. 7-8, 14, 39.
Zie: Rengelink & Mug 1952; Van der Heiden, 2004, p. 9.
Vgl. Jordan 1952, D. de Boer, ´Opvoeding tot Democratie´, PS 1953, p. 305-318 en Mathijssen 1958, p. 205.
Van der Heiden 2004, p. 75 e.v. Het examen voor volledig bevoegd onderwijzer (art. 41b Kw) omvat: opvoedkunde en haar hulpwetenschappen, didactiek, Nederlandse taal en letterkunde en kennis van het culturele en maatschappelijke leven (kcml, cuma) en op confessionele kweekscholen bovendien godsdienst. Bij een voldoend examen - onder auspiciën van de diocesane ordinarius - verkrijgt de onderwijzer(es) de godsdienstakte voor primair (onderwijzersakte 77a, 41a) en/of voortgezet onderwijs (hoofdakte 77b, 41b).
Onderwijsplan-Rutten 1951, p. 44-45.
De (R.K.) leer van de maatschappelijke verhoudingen heet in het ontwerp-Cals maatschappijleer; zie: H.J. Rops, Beginselen van de katholieke maatschappijleer, 's-Hertogenbosch: Malmberg 1938, P. Angelinus O.F.M. Cap, Wijsgerige Gemeenschapsleer, Utrecht: DV 1949, p. 88 e.v. (H IV. Doel van de gemeenschap), J. Ponsioen S.C.J., De menselijke samenleving. Wijsgerige grondslagen, Bussum: Paul Brand 1953, p. 107 e.v. (H V: De groep) en p. 174 e.v. (H 7: De Staat) en Th. Caspers, Proeven van goed samenleven. Inleiding in het katholiek sociaal denken, Baarn: Adveniat 2012.
De vraag is, waarom kennis van het openbaar bestuur tot de invoering in één differentiatie is beperkt.
Onderwijsplan-Rutten 1951, p. 45-47.
Ibid., p. 22-25.
Niet in de nota, maar later in interviews gesteld, zie: P. van der Heiden 2004, p. 95.
Ibid., p. 38.
Motie-Peters/Van Sleen
Eind 1949 is de motie-Peters (KVP)/Van Sleen (PvdA) aangenomen1, met het verzoek aan de regering ‘een sluitend geheel en wetenschappelijk verantwoord plan van onderwijsvoorzieningen, met inachtneming van de onderwijs-vrijheid, ter kennis te brengen van de Kamer’.2 De ter uitvoering van de motie in 19513 verschenen Onderwijsnota betreffende onderwijsvoorzieningen (nota-Rutten (KVP))4 markeert - als leidraad voor de reorganisatie van het onderwijsstelsel - de overgang van een distributief (bekostigingsgericht) naar een constructief (beleidsgericht) onderwijsbeleid.5
Ontwerp-statuut van het onderwijs
Aan het indienen van de Nota zijn negen ontwerpen voorafgegaan.6 Minister Rutten tekent voor het Ontwerp-statuut van het onderwijs met vijf schooltypen.7 Van het voorstel-Bolkestein (1940) zijn het lyceum met de brugklas en de differentiaties gymnasium, hbs en mms overgenomen.8 Op hbs-a vormen de moderne talen en de staats- en handelswetenschappen het kerncurriculum, vergelijkbare positie met wiskunde en natuurwetenschappen als kern op hbs-b.9
Eerste Onderwijsnota: staatsinrichting geen examenvak op zesjarige hbs
De nota bepaalt tot primair doel van voortgezet onderwijs ‘algemene vorming als gedeelde basiscultuur’.10 Rutten wil het voortgezet onderwijs minder intellectualistisch en meer persoonsvormend maken.11 Daarom zijn de algemene vorming en de persoonsvorming kerndoelen.12 Ook bevordert hij graag sociaalesthetische vorming en verwijst naar de Kweekschoolwet (1952) met het vak kennis van het culturele en maatschappelijk leven.13 De zesjarige hbs omvat na de eerste vier jaar: (a) een literair-economische richting met een administratieve differentiatie en natuurwetenschappelijke capita selecta als atoomtheorie, erfelijkheidsleer, warenkennis en technologie en (b) een wiskundig-natuurwetenschappelijke richting met capita selecta uit sociaaleconomische wetenschappen als de politieke stromingen in de voorbije eeuwen, het bevolkingsvraagstuk en emigratie.14 Het onderwijs in maatschappelijke verhoudingen15, openbaar bestuur16 en bedrijfsleven is de kern van de literair-economische richting.
Rutten: staatsburgerlijke vorming noodzakelijk
Het lyceum krijgt een wettelijke grondslag.17 In een gewijzigd wetsontwerp verschijnt het evo (eenvoudig voortgezet onderwijs), als vervanging van het vglo (voortgezet gewoon lager onderwijs), met vormen van burgerschapsvorming als onderwijskern.18 Diegenen die niet voor de intellectualistische hbs opteren, kunnen kiezen voor de vierjarige algemene middelbare school (ams), waarin de (m)ulo opgaat, waar tijd voor ‘maatschappelijke kwesties’ en creatieve vakken beschikbaar is.19 De ams moet het oordeelsvermogen van leerlingen over ‘politieke kwesties’ bevorderen. De staatswetenschappen dienen de leerling een aan zijn begaafdheid en bestemming gerelateerd inzicht te verschaffen.20
Geen verbetering van curriculumpositie staatsinrichting
Het voorstel introduceert de ams en het stelsel van kern- en keuzevakken, maar verbetert de curriculumpositie van staatsinrichting niet. Ondanks het grote belang van staatsburgerlijke vorming maakt Rutten er in de nota geen geheim van het vak staatsinrichting niet tot de examenvakken te rekenen. De V.O.S. kan zich weer schrap zetten in de voorbereiding van de verdediging van het belang van staatsinrichting.