De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.11.2:5.11.2 Schooladvies
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.11.2
5.11.2 Schooladvies
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949517:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rechtbank Gelderland 28 juli 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:4052. Zie over de zaak ook Buiting 2022, p. 8.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het primair onderwijs hoeven leerlingen – anders dan in de andere onderwijssectoren – niet een bepaald niveau van kennis, inzicht of vaardigheden te bereiken om het onderwijs af te sluiten. Het schooladvies vormt een reflectie van de gehele schoolloopbaan en onder meer de sociale en emotionele ontwikkeling van de leerling. Hieruit vloeit voort naar welk niveau van voortgezet onderwijs de leerling kan doorstromen. Het bevoegd gezag betrekt bij het tot stand brengen van het schooladvies de leerresultaten van de leerling van zijn gehele schoolloopbaan en bredere kennis die de school van de leerling heeft.1 Deze bredere kennis kan onder andere bestaan uit de motivatie van de leerling om te leren, de ondersteuning vanuit thuis, de sociale en emotionele ontwikkeling en de aanleg en interesses van de leerling. Op de wijze waarop het schooladvies tot stand komt wordt dieper ingegaan in § 6.2.
Het tot stand brengen van het schooladvies vergt een brede weging van tal van factoren. Uit een uitspraak van de rechtbank Gelderland blijkt dat dit maakt dat het schooladvies zich slecht leent voor toetsing door de rechter.2 In casu betoogde het bevoegd gezag onweersproken dat bij de betreffende school de volgende factoren betrokken worden bij het schooladvies:
De leerprestaties en de registratie daarvan in het leerlingenvolgsysteem.
De waarnemingen van de leerkrachten ten aanzien van de:
aanleg en de talenten,
(sociaal- emotionele) ontwikkeling tijdens de basisschoolperiode,
concentratie,
motivatie en het doorzettingsvermogen, en
onderwijsbehoefte van de leerling.
De rechter heeft niet de bevoegdheid noch de deskundigheid om de beoordeling omtrent een schooladvies zelf uit te voeren. De bevoegdheid om het schooladvies vast te stellen is immers door de wetgever opgedragen aan het bevoegd gezag.3 De rechter in kwestie gaf aan dat het ontbreken van deskundigheid voortkomt uit het feit dat hij geen zicht heeft op de leerprestaties, vaardigheden en eigenschappen van de leerling. Voor rechterlijk ingrijpen is verder slechts plaats indien het bevoegd gezag niet in redelijkheid tot het schooladvies heeft kunnen komen.
Uit het voorgaande blijkt dat aan het bevoegd gezag een zeer ruime mate van beoordelingsruimte toekomt. Door het grote aantal factoren die betrokken worden bij het schooladvies en de weging die deze factoren vergt, is het voor een rechter vrijwel ondoenlijk om daar een nieuwe eigen afweging in te maken. De uitkomst van de beoordeling is door de verschillende toepasselijke factoren immers subjectief en afhankelijk van de weging van de betreffende deskundige leraar, die met de betreffende leerling ervaring heeft.