Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/2.7.3
2.7.3 Beginsel van programmering
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS394888:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld artikel 10 van de Verordening nr. 1083/2006 (structuurfondsen).
Zie wat betreft de structuurfondsen Pollack 2003, p. 341; Bollen, Hartwig & Nicolaides 2000, p. 18. Zie ook Schöndorf-Haubold 2005A, p. 115.
Zie wat betreft de inhoud van de OP’s artikel 37 (doelstelling 1 en 2) en 38 (doelstelling 3) van de Verordening nr. 1083/2006 (structuurfondsen). Zie wat betreft de inhoud van de plattelandsontwikkelingsprogramma's artikel 16 van de Verordening nr. 1698/2005 (ELFPO).
Zie artikel 32 van de Verordening nr. 1083/2006. In de periode 2007-2013 worden deze programma's OP’s genoemd. In de periode 1993-1993, 1994-1999 en 2000-2006 werd van enkelvoudig programmeringsdocument of enig programmeringsdocument gesproken.
Zie artikel 18 van de Verordening nr. 1698/2005. Het gaat om de zogenaamde plattelands-ontwikkelingsprogramma's, kortweg POP. In de periode 2007-2013 wordt het POP-2 uitgevoerd: het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 voor Nederland.
Artikel 17, eerste lid, van de Verordening nr. 1198/2006.
Bij de migratiefondsen wordt gesproken van Meerjarenprogramma's. Daarnaast worden ook jaarprogramma's opgesteld. Beide programma's worden door de Europese Commissie goedgekeurd. Zie bijvoorbeeld de beschikking van de Europese Commissie van 17 december 2008 waarbij voor het EVF zowel het meerjarenprogramma als het jaarprogramma is goedgekeurd.
Zie artikel 17 van de Verordening nr. 1198/2006 (Europees Visserijfonds) en artikel 32 van de Verordening nr. 1083/2006 (structuurfondsen).
Zie artikel 15 van de Verordening nr. 1698/2005 (ELFPO).
Zie artikel 8, tweede lid, van de Beschikking nr. 573/2007 (EVF).
Een vreemde eend in de bijt is het programma dat wordt opgesteld in het kader van steun aan telersverenigingen. Op grond van de Verordeningen nrs. 1234/2007 en 1580/2007 kan steun worden verleend aan producentenorganisaties in de sector groenten en fruit. Ook hier wordt gewerkt met operationele programma's. Bijzonder is dat ontwerpen van operationele programma's niet door de lidstaten maar door de producentenorganisaties zelf worden opgesteld. Ontwerpen van operationele programma's worden voorts niet door de Europese Commissie beoordeeld maar door de bevoegde nationale autoriteiten. De operationele programma's worden gefinancierd uit Actiefondsen die deels met eigen geld en deels met Europees geld worden gefinancierd.
Zie wat betreft de structuurfondsen artikel 32, vierde en vijfde lid, van de Verordening nr. 1083/2006. Zie wat betreft het ELFPO artikel 18, vierde lid, van de Verordening nr. 1698/2005.
Zie bijvoorbeeld artikel 16 van de Verordening nr. 1698/2005 (ELFPO).
Zie bijvoorbeeld artikel 32, derde lid, van de Verordening nr. 1083/2006 (structuurfondsen) en artikel 18, tweede lid, van de Beschikking nr. 573/2006 (EVF).
Voor de structuurfondsen geldt dat de operationele programma's ook moeten passen binnen het door de lidstaat opgestelde nationaal strategisch referentiekader. Zie artikel 32, eerste lid, van de Verordening nr. 1083/2006.
Pb. 2006, C 139/1. Het interinstitutioneel akkoord met betrekking tot de programmaperiode 2000-2006 dateert van 6 mei 1999 (Pb. 1999, C 172/1).
Zie bijvoorbeeld artikel 1, zesde lid, van het Besluit nr. 1720/2006 (Een Leven Lang Leren).
Het beginsel van programmering betekent dat de verstrekking van Europese subsidies plaatsvindt op basis van door de lidstaten opgestelde OP’s 1 Hiermee wordt beoogd de subsidiëring door middel van Europese subsidies goed te kunnen coordineren en overlappingen en inefficiënties te voorkomen.2 In OP’s is vastgelegd op welke wijze de desbetreffende Europese subsidieregeling door de lidstaten of andere organen zal worden uitgevoerd.3 Zo is onder meer bepaald waarvoor subsidie kan worden verstrekt en door welke nationale uitvoeringsorganen het programma wordt uitgevoerd. Het OP bevat verder een beschrijving van de toezicht- en evaluatiesystemen. Het vaststellen van OP’s is vereist in het kader van de structuurfondsen,4 het ELFP0,5
het Europees Visserijfonds6 en de migratiefondsen.7 Als besproken worden deze programma's afhankelijk van de Europese subsidieregeling waarop het programma ziet 'operationeel programma',8 'plattelandsontwikkelingsprogramma',9 of 'meerjarenprogramma'10 genoemd. De programma's worden door de lidstaten vastgesteld.11 Alvorens het meerjarenprogramma door nationale uitvoeringsorganen kan worden uitgevoerd, dient goedkeuring van de Europese Commissie te worden verkregen.12 De Europese subsidie-regelgeving schrijft exact voor welke gegevens het programma dient te bevatten13 en doorgaans ook wanneer het bij de Europese Commissie moet worden ingediend.14 Op basis van de door de Europese Commissie goedgekeurde programma's mogen nationale uitvoeringsorganen Europese subsidies verstrekken. Projecten die niet binnen het kader van een dergelijk programma vallen, komen niet voor een Europese subsidie in aanmerking.15
Een OP ziet doorgaans op een periode van zeven jaar — de programmaperiode — en loopt gelijk met het meerjarig financieel kader waarin is voorzien in artikel 312 VWEU. In dit kader wordt neergelegd hoeveel middelen de EU gedurende zeven jaar ter beschikking heeft om onder meer Europese subsidies te bekostigen. De totstandkoming van het meerjarig financieel kader gaat gepaard met veel getouwtrek tussen de lidstaten en het Europees Parlement. Het meerjarig financieel kader voor de programmaperiode 2007-2013 is neergelegd in het interinstitutioneel akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 17 mei 2006.16 De Europese subsidies die door nationale uitvoeringsorganen worden verstrekt worden gefinancierd uit hoofde van de rubrieken 'Duurzame groei' (structuurfondsen en een Leven Lang Leren), 'Natuurlijke hulpbronnen' (ELGF, ELFPO en het Europees Visserijfonds) en 'Burgerschap, vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid' (migratiefondsen en Jeugd in Actie). Het meerjarig financieel kader heeft tot gevolg dat de meeste Europese subsidieregelgeving in een nieuwe programmaperiode volledig op de schop gaat. Dit heeft bijvoorbeeld tot gevolg gehad dat het EOGFL-0 gedurende meerdere programmaperioden tot de structuurfondsen werd gerekend en met ingang van de huidige programmaperiode is omgezet tot het ELFPO en behoort tot de landbouwfondsen. De uitvoering van de Europese subsidieregelingen blijft echter op hoofdlijnen gelijk. Het meerjarig financieel kader heeft tot gevolg dat ook de Europese subsidieregelingen op grond waarvan de Europese subsidies niet worden verstrekt binnen het kader van een door de lidstaat vastgesteld en door de Europese Commissie goedgekeurd programma, dezelfde looptijd kennen als het meerjarig financieel kader.17 Momenteel zijn de onderhandelingen over het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 in volle gang.