Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/4.3.2.4:4.3.2.4 Verhouding tot het rechtskarakter
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/4.3.2.4
4.3.2.4 Verhouding tot het rechtskarakter
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS499125:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook paragraaf 3.4.
Kamerstukken II 2016/17, 34 554, nr. 7, p. 31 (NV).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onverkorte toepassing van het redelijkheidscriterium (inclusief het dynamische ontstaansmoment) doet naar mijn mening recht aan het rechtskarakter van de btw. Toepassing van dit criterium voorkomt immers dat ondernemers te snel worden geconfronteerd met een btw-last. Hier staat echter tegenover dat ondernemers wel in de positie kunnen komen te verkeren dat de btw subsidiërend uitpakt. Dit doet zich voor wanneer de leverancier (alsnog) wordt betaald, nadat eenmaal een teruggaaf is verkregen (naar achteraf blijkt dus ten onrechte).1 Daardoor wordt het verbruik van goederen en diensten de facto niet of slechts ten dele belast. De hierna te bespreken additionele correctie bij een ‘betaling alsnog’ steekt hier evenwel een stokje voor en zorgt ervoor dat dit negatieve effect wordt weggenomen (paragraaf 4.3.3.4).
Het fatale karakter staat volgens mij wel op gespannen voet met het rechtskarakter van de btw. Als de leverancier op het moment waarop de niet-betaling feitelijk komt vast te staan geen correctie meer kan maken, omdat de éénjaarstermijn is verstreken, zal de Belastingdienst immers meer ontvangen dan de leverancier werkelijk aan btw heeft geïnd. Voor deze laatste (als onbezoldigd rijkskassier) vormt de btw dan een ontoelaatbare last. De wetgever wuift dit argument – mijns inziens te makkelijk – van de hand door te overwegen:2
“Als een ondernemer vergeet op tijd zijn recht op teruggaaf te verwerken, bestaat overigens altijd de mogelijkheid om de inspecteur te verzoeken om ambtshalve teruggaaf, bijvoorbeeld via een zogenoemde suppletie. Hiermee kan een cumulatie van btw dus ook achteraf nog worden voorkomen.”
Een gat in het materiële recht kan mijns inziens niet worden gestopt met een verwijzing naar mogelijkheden in het formele recht.