Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/4.3:4.3 Inhoud van de bepaling
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/4.3
4.3 Inhoud van de bepaling
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS496963:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 4 september 1991, BNB 1991/315 (paragraaf 4.3.1.1.10).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit onderdeel ga ik in op de inhoud van de nationale regeling voor oninbare vorderingen. Omdat de wetswijziging per 1 januari 2017 geen aanleiding geeft te veronderstellen dat de nieuwe regeling inhoudelijk afbreuk heeft willen doen aan de betekenis van de oude regeling (uiteraard voor zover het de reikwijdte van de oude regeling betreft) en de oude regeling richtlijnconform moet worden uitgelegd,1 heeft art. 29 Wet OB 1968 (tot 2017) zijn belang in mijn optiek geenszins verloren. Daarom zal ik bij de uitleg van art. 29 Wet OB 1968 (vanaf 2017) tevens te rade gaan bij de betekenis van art. 29 lid 1 Wet OB 1968 (tot 2017) en daarbij behorende relevante jurisprudentie.
Ik hanteer in deze paragraaf een thematische aanpak. In paragraaf 4.3.1 ga ik nader in op de niet-betaling als grond voor btw-teruggaaf (lid 1). Paragraaf 4.3.2 staat vervolgens in het teken van de vraag wanneer het recht op teruggaaf ontstaat (lid 2). De herziening van het recht op teruggaaf als de debiteur de vergoeding op een later moment alsnog betaalt, bespreek ik in paragraaf 4.3.3 (lid 5). In paragraaf 4.3.4 staat de overdracht van vorderingen centraal (lid 6). De vraag op welke wijze een eenmaal ontstaan recht op teruggaaf moet worden geëffectueerd, beantwoord ik in paragraaf 4.3.5 (lid 4 en 10). Ten slotte wordt dit onderdeel afgrond met een tussenconclusie 4.3.6. In iedere inhoudelijk paragraaf toets ik – vooruitlopend op paragrafen 4.4 en 4.5 – de nationale regeling aan het Unierecht (de ‘verticale toets’) en het rechtskarakter van de btw (de ‘horizontale toets’).
4.3.1 Niet-betaling als grond voor teruggaaf4.3.2 Ontstaansmoment recht op teruggaaf4.3.3 Herziening van het recht op teruggaaf4.3.4 Overdracht van vorderingen4.3.5 Wijze effectueren recht op teruggaaf4.3.6 Tussenconclusie inhoud van de bepaling