Beheer van familievermogen door middel van certificering
Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.4.8:2.4.8 Vruchtgebruik
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.4.8
2.4.8 Vruchtgebruik
Documentgegevens:
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS957906:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vruchtgebruik is een beperkt recht dat aan de vruchtgebruiker het recht geeft om goederen die aan een ander toebehoren, te gebruiken en daarvan de vruchten te genieten (art. 3:201 BW).
Ook het recht van gebruik en bewoning wordt hier als gebruikte figuur genoemd.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vruchtgebruik komt in de interviews naar voren als een beheerstructuur die voor meerdere motieven wordt ingezet.1 Uit de antwoorden van de geïnterviewde estate planners lijkt te volgen dat zij vruchtgebruik vooral in het kader van fiscale motieven gebruiken. Zij spreken dan over een vruchtgebruik dat in een testament ten behoeve van de langstlevende wordt gevestigd. De bloedverwanten (in neerdalende lijn) van de rechthebbende worden bloot eigenaar. Vruchtgebruik is “generatieskipping” wordt door één van de adviseurs bij deze vorm van vruchtgebruik ten behoeve van de langstlevende aangegeven.
Enkele notarissen en adviseurs gaven aan dat zij vruchtgebruik gebruiken ten behoeve van het behoud van goederen in een bepaalde familielijn. Het volgende voorbeeld van een adviseur laat dat zien:
“Vruchtgebruik. Dat kom je toch geregeld tegen hoor. Dat zolang die en die persoon leeft mag hij of zij op het landgoed wonen en het huis gebruiken en (…) daarvoor heeft hij een vruchtgebruik. Dat kom je heel veel tegen.”
In dit voorbeeld is het achterliggende motief van het vruchtgebruik, mede, het behoud van het landgoed in de familie. De partner van de rechthebbende kan vanwege het vruchtgebruik het landgoed gedurende zijn of haar leven blijven gebruiken. De bloot eigendom komt bij de bloedverwanten in de neerdalende lijn terecht. Op die manier blijft het landgoed in de familie.
De link tussen het gebruik van vruchtgebruik als beheerstructuur en onroerend goed als vermogensbestanddeel wordt in dit voorbeeld ook gelegd.2 Naast de link met onroerend goed wordt in de interviews ook de link gelegd tussen beleggingsportefeuilles en vruchtgebruik. Gezien het feit dat vruchtgebruik door bijna alle respondenten als mogelijke beheerstructuur wordt genoemd, kan wellicht worden aangenomen dat vruchtgebruik ook bij de andere vermogensbestanddelen voor kan komen.
Het testamentair vruchtgebruik ten behoeve van de langstlevende partner is niet de enige manier waarop vruchtgebruik wordt ingezet in het kader van beheer van familievermogen. In de vorige paragraaf kwam de figuur van vruchtgebruik in combinatie met bewind al naar voren. Ook schenking onder voorbehoud van vruchtgebruik wordt genoemd, alhoewel daarbij ook wordt aangegeven dat deze structuur minder voorkomt na aanpassingen in de Successiewet 1956.3
Verder komen nog enkele andere beheerstructuren naar voren waarbij het vruchtgebruik een rol speelt, zoals bij het gebruik van tweetrapsmakingen in een uiterste wil.4 Een ander voorbeeld dat wordt genoemd is een combinatie van een stichting waarin het bloot eigendom is ondergebracht en het vruchtgebruik op de goederen van de stichting aan enkele personen was toegekend.
Uit de interviews volgt dat een aantal aspecten van vruchtgebruik door rechthebbenden of door de respondenten zelf als nadelig worden ervaren. Een eerste punt dat meerdere malen naar voren komt is de kans dat het bezwaarde vermogen na enige tijd niet meer identificeerbaar is. Ook wordt genoemd dat men geen rekening meer houdt met het vruchtgebruik. Een estate planner zegt hierover het volgende:
“We hebben heel veel meegemaakt, ook met vruchtgebruiktestament dat bijvoorbeeld het vruchtgebruik nooit is gevestigd. En dat staat dan doodleuk in de aangifte. Dus van bloot eigenaar en vruchtgebruiker. Nou, soms is dat er misschien niet eens. Wij proberen altijd wel te vragen van goh wat had uw man of vrouw voor testament en mag ik dat eens zien en is er een akte van verdeling? En dan ga je terugrekenen. (…) Al die mensen die niet bij ons komen en niet bij een andere goede estate planner; dan zullen er best veel ongelukken gebeuren.”
Ook de verplichting om jaarlijks aan de bloot eigenaren opgave te doen van het nog aanwezige vruchtgebruik vermogen (art. 3:205 lid 4 BW) wordt als een nadelig aspect ervaren. Overigens wordt hierbij wel enkele keren opgemerkt dat de ervaring is dat vruchtgebruikers niet jaarlijks aan deze verplichting voldoen en dat dit, voor zover bij de geïnterviewde personen bekend, niet vaak tot problemen leidt.