Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/10.7.4.5
10.7.4.5 Verdeelsleutel
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258618:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Er zouden nog andere oplossingen kunnen worden aangedragen om te voorkomen dat op product- en transactieniveau bepaald moet worden wat de invloed is van een interne verrekenprijsaanpassing op de douanewaarde. Ten eerste kan worden betoogd dat het terugrekenen van een interne verrekenprijsaanpassing op product- en transactieniveau voor het bepalen van de invloed ervan op de definitieve vaststelling van de douanewaarde achterwege kan worden gelaten, indien de douanewaarde via de fall-backmethode overeenkomstig de transactiewaarde van de ingevoerde goederen wordt vastgesteld. Het terugrekenen op product- en transactieniveau zou dan achterwege kunnen blijven, waardoor een flat-rate kan worden toegestaan voor de berekening van de additioneel verschuldigde of terug te vragen invoerrechten die het gevolg zijn van het in aanmerking nemen van respectievelijk een opwaartse of neerwaartse verrekenprijsaanpassing. Naar mijn mening kan deze route niet worden bewandeld, omdat bij de toepassing van de fall-backmethode de transactiewaarde al is verworpen, omdat bijvoorbeeld de prijs die gehanteerd is door de verbondenheid van partijen is beïnvloed. Bij de toepassing van de fall-backmethode blijft sprake van prijsbeïnvloeding en zal met redelijke soepelheid één van de opeenvolgende methoden toepassing moeten vinden. Ten tweede kan de problematiek met betrekking tot het in aanmerking nemen van interne verrekenprijsaanpassingen voor het definitief vaststellen van de douanewaarde en tariefdifferentiatie kan ook niet worden opgelost door toepassing van artikel 177 DWU (vereenvoudiging van de opstelling van douaneaangiften betreffende goederen die onder verschillende tariefonderverdelingen vallen). Zie in dat kader voetnoot 52.
Internationale Kamer van Koophandel, Transfer Pricing and Customs Valuation – 2015 Document No. 180/104-536, February 2015, Proposal 3.
In het nieuw voorgestelde lid 5 van artikel 134 DWU is opgenomen dat de verrekenprijsaanpassingen op ‘passende wijze’ in aanmerking genomen moeten worden voor de definitieve vaststelling van de douanewaarde. Indien de verrekenprijs op één enkel goed betrekking heeft waarvoor gedurende het jaar hetzelfde invoertarief gold, kan op eenvoudige wijze het bedrag aan additioneel verschuldigde of terug te vragen bedrag aan invoerrechten worden bepaald. Indien een verrekenprijs betrekking heeft op diverse producten die elk hun eigen invoertarief aantrekken, roept dat de vraag op wat een passende wijze is om het additioneel verschuldigde of terug te vragen bedrag aan invoerrechten te bepalen.
Zoals in onderdeel 10.3.7.5.1 toegelicht zijn er diverse verdeelsleutels die kunnen worden onderscheiden die in dergelijke gevallen mogelijk toepassing kunnen vinden. Ik merk echter voorafgaand op dat wanneer een interne verrekenprijsaanpassing in aanmerking wordt genomen voor het definitief vaststellen van de douanewaarde, in beginsel op product- en -transactieniveau bepaald moet worden wat de invloed van de interne verrekenprijsaanpassing is op het verschuldigd bedrag aan betaalde invoerrechten. Goederen trekken immers in potentie elk een eigen invoertarief aan.1 Indien het invoertarief gedurende het jaar ongewijzigd blijft en de goederen die ‘gevangen’ worden door de interne verrekenprijs elk hetzelfde invoertarief aantrekken, zou het in kaart brengen van de invloed van de interne verrekenprijsaanpassing op product- en transactieniveau achterwege kunnen blijven en is de toepassing van een verdeelsleutel niet mogelijk.
In andere gevallen moet de invloed van de interne verrekenprijsaanpassing op product- en transactieniveau worden bepaald. De vraag komt in dat kader op of de toepassing van een verdeelsleutel de mogelijkheid biedt om een en ander te vereenvoudigen. Ik meen dat dat niet het geval is als de verrekenprijsaanpassing ziet op een gedeelte van het jaar en/of een gedeelte van de goederen onderwerp is van de aangepaste interne verrekenprijs. In dat geval kan een verdeelsleutel in de vorm van een zogenoemde flat-rate aanpassing geen toepassing vinden, tenzij, overeenkomstig het systeem in de Verenigde Staten, de aanpassing geen invloed heeft op het verschuldigd invoerrecht (bijvoorbeeld als voor alle goederen een 0%-invoerrecht geldt). Indien de interne verrekenprijsaanpassing betrekking heeft op het gehele jaar en de gehele productportfolio onderwerp is van de aangepaste interne verrekenprijsaanpassing, kan een verdeelsleutel naar mijn mening toepassing vinden. In dat kader heeft zowel de Internationale Kamer van Koophandel als de verwijzende rechter in de zaak Hamamatsu Photonics Deutschland GmbH tegen Hauptzollamt München een voorstel gedaan voor de vormgeving van een verdeelsleutel.
De Internationale Kamer van Koophandel stelt voor dat de verdeelsleutel wordt bepaald door het correctiebedrag over alle ingevoerde goederen uit te smeren overeenkomstig een gewogen gemiddeld douanetarief.2 Dat werkt uit aan de hand van de volgende formule:
Gewogen gemiddeld douanetarief x correctiebedrag= teruggaaf/bijbetaling
Het gewogen gemiddeld douanetarief en het correctiebedrag worden respectievelijk aan de hand van de volgende formules vastgesteld:
(
Afgedragen douanerechten in een boekjaar
× 100%)= gewogen gemiddeld douanetarief
Totale douanewaarde in een boekjaar
Initiële verrekenprijs x procentuele correctie = teruggaaf/bijbetaling
Voornoemde formules werk ik hierna verder uit met het cijfermatige voorbeeld dat in tabel 10.2 is opgenomen.
A) Totale prijs o.b.v. een initiële interne verrekenprijs
B) Invoerrecht
C) Verschuldigde invoerrechten
A x B = C
Product 1
1.000.000
10%
100.000
Product 2
1.500.000
5%
75.000
Product 3
800.000
2%
16.000
Totaal
2.300.000
191.000
Tabel 10.2 Verdeelsleutel Internationale Kamer van Koophandel
In het voorbeeld zoals opgenomen in tabel 10.2 worden gedurende een boekjaar drie producten ten invoer aangegeven met een totale douanewaarde van 2.300.000 EUR (onder A). Alle drie de producten trekken een ander invoertarief aan (onder B). Indien de douanewaarde wordt afgezet tegen de verschillende invoerpercentages bedraagt het totaalbedrag aan verschuldigde invoerrechten 191.000 EUR (onder C). Indien aan het einde van het jaar een eindejaarscorrectie van 2% plaatsvindt, dan werkt dat als volgt uit. De eindejaarscorrectie van 2% leidt tot een opwaartse verrekenprijsaanpassing die 46.000 EUR bedraagt (2% van 2.300.000 EUR). Het correctiebedrag moet daarna tegen het gewogen gemiddeld invoertarief worden afgezet. Dat leidt tot de volgende rekensom:
(
191.000 EUR
× 100%) x 46.000 EUR = 3.820 EUR
2.300.000 EUR
De uitkomst – 3820 EUR – is het bedrag dat de marktdeelnemer additioneel verschuldigd is wanneer op retroactieve wijze de interne verrekenprijsaanpassing van 2% in aanmerking wordt genomen voor het definitief vaststellen van de douanewaarde.
Het Finanzgericht München heeft als verwijzende rechter in de zaak Hamamatsu Photonics Deutschland GmbH tegen Hauptzollamt München aangegeven dat het eenvoudiger is als de verdeelsleutel bepaald wordt door het procentuele aandeel van het restitutie- of additionele bedrag in de definitieve totale verrekenprijs te berekenen en de douanewaarde voor elke invoertransactie met dat percentage te verlagen respectievelijk verhogen, ongeacht of de betrokken goederen vrij van rechten of tegen betaling van douanerechten zijn ingevoerd. Ik licht dat toe aan de hand van een cijfermatig voorbeeld in tabel 10.3 waarbij de initiële verrekenprijs wederom met 2% wordt verhoogd.
A) Totale prijs o.b.v. een initiële interne verrekenprijs
B) Invoerrecht
C) Verschuldigde invoerrechten
D) Verhogen van de prijs
E) Additioneel verschuldigde invoerrechten
A x B = C
A x 2% = D
D x B = E
Product 1
1.000.000
10%
100.000
20.000
2.000
Product 2
1.500.000
5%
75.000
30.000
1.500
Product 3
800.000
2%
16.000
16.000
320
Totaal
2.300.000
191.000
3.820
Tabel 10.3 Verdeelsleutel
In tabel 10.3 zijn dezelfde getallen gebruikt als in tabel 10.2. In aanvulling daarop is onder D de initiële verrekenprijs per product verhoogd met 2%. Onder E is dat bedrag afgezet tegen het invoertarief dat per product in de betrokken periode gold. Het bedrag aan additioneel verschuldigde invoerrechten bedraagt voor de producten 1, 2 en 3 (2.000 + 1.500 + 320) eveneens 3.820 EUR.
Ik meen dat beide voorbeelden in het nieuwe commentaar moeten worden opgenomen en dat daarbij moet worden aangegeven dat de aangever naar eigen inzicht een keuze kan maken met betrekking tot welke verdeelsleutel hij toepast bij het berekenen van het bedrag aan invoerrechten dat hij additioneel verschuldigd of terug kan vragen ten gevolge van het in aanmerking nemen van de interne verrekenprijsaanpassing. In dat kader lijkt het voorstel van de Internationale Kamer van Koophandel – in tegenstelling tot wat het Finanzgericht München beweert – eenvoudiger, omdat bij het voorstel van het Finanzgericht München tot op zekere hoogte de invloed van de verrekenprijsaanpassing op productniveau moet worden vastgesteld. Het biedt echter wel de mogelijkheid om, wanneer de verrekenprijsaanpassing niet op de gehele productportfolio ziet, hier bij het bepalen van de invloed van de verrekenprijsaanpassing op het bepalen van de douanewaarde rekening mee te houden.
In het commentaar moeten ook de eerdergenoemde randvoorwaarden voor het überhaupt kunnen toepassen van een verdeelsleutel worden genoemd, namelijk dat de interne verrekenprijsaanpassing betrekking moet hebben op het gehele jaar en de gehele productportfolio onderwerp is van de aangepaste interne verrekenprijsaanpassing tenzij een passende aanpassing kan worden gemaakt of de aanpassing geen invloed heeft op het verschuldigd invoerrecht (bijvoorbeeld als voor alle goederen een 0%-invoerrecht geldt).