Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context
Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/7.4.2.3:7.4.2.3 Ter illustratie: uitspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29 november 2019
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/7.4.2.3
7.4.2.3 Ter illustratie: uitspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29 november 2019
Documentgegevens:
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661437:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29 november 2019, nr. BRE – 17_7318, V-N 2020/15.17. De geciteerde toelichting staat in r.o. 2.6.
Zie r.o. 2.5.
Overigens is de burger óók gebonden aan de tekst, zo laat de Rechtbank zien bij [iv], want een vergezochte of onbegrijpelijke uiting (quod non) zou niet redelijk zijn.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ter illustratie van stap I van het afwegingskader bespreek ik hieronder een uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 29 november 2019, die redeneerstappen van de belastingrechter bevat waarop het afwegingskader zich goed laat toepassen.1 In deze zaak beoordeelt de Rechtbank of een burger mocht vertrouwen op de toelichting bij het aangifteprogramma. De toelichting in het aangifteprogramma luidde, voor zover hier relevant:
“Hoe inkomsten en aftrekbare uitgaven verdelen?
Hoe verdelen?
Verdeel de bedragen op zo’n manier dat u samen zo min mogelijk belasting betaalt. Iedere verdeling mag: het totaal is altijd 100%. U kunt de verdeling eenvoudig aanpassen. Als u een bedrag wijzigt, verandert het bedrag van de ander vanzelf. U mag bij elk onderdeel voor een andere verdeling kiezen. Afhankelijk van de verdeling die u maakt berekenen wij de belasting die u en uw fiscale partner verschuldigd zijn. Hoe u de inkomsten en aftrekbare uitgaven verdeelt, kan van invloed zijn op de belasting en premie die u betaalt of terugkrijgt. Twijfelt u of u de meest gunstige verdeling hebt gekozen? U kunt de bedragen nog aanpassen, zodat wij een nieuwe berekening voor u maken.
Wat is een gunstige verdeling?
Had u in 2015 een fiscale partner? Dan is het meestal gunstig om de aftrekbare uitgaven zo veel mogelijk toe te rekenen aan degene die het hoogste inkomen had in box 1. Heeft 1 van u beiden in 2015 de AOW-leeftijd bereikt? En had u samen inkomsten in box l? Dan is het meestal gunstig om de aftrekbare uitgaven aan de jongste partner toe te rekenen. Had de jongste partner geen inkomsten in box 1? En had u samen inkomsten in box 2 of 3? Dan is het meestal gunstig om de inkomsten in box 2 en 3 en de aftrekbare uitgaven (gedeeltelijk) aan de jongste partner toe te rekenen. (...)”
Belanghebbende had de toelichting zo geïnterpreteerd dat op elk moment mag worden teruggekomen op de in de aangifte gekozen verdeling van inkomensbestanddelen. Juridisch gezien kan de verdeling echter slechts worden gewijzigd totdat de aanslag van een belastingplichtige en zijn partner onherroepelijk zijn.2 Was de bij de burger gewekte verwachtingen over het handelen van de inspecteur redelijk?
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29 november 2019, V-N 2020/15.17, r.o. 2.10.
AfwegingskaderStap I. Zijn de bij de burger door de voorlichting gewekte verwachtingen redelijk?
[onderstrepingen en nummering door TC toegevoegd]
‘[i] Ter zitting is toegelicht dat belanghebbendes echtgenoot niet tijdig nader onderzoek heeft gedaan naar de gevolgen van de verdeling vanwege de toelichting bij de aangifte waarin staat dat de verdeling (de bedragen) nog aangepast kunnen worden.
1) Basisvoorwaarde: te goeder trouw?De Rechtbank stelt vast dat belanghebbende te goeder trouw is bij zijn interpretatie van de toelichting (zie [iii]).
[ii] De door belanghebbende ingebrachte uitdraai van de toelichting van de aangifte (…) [zie hierboven] laat, zeker voor een leek, ruimte voor de lezing dat op ieder gewenst moment kan worden teruggekomen op de in de aangifte gekozen verdeling.
2) De omstandighedenEr is een verschil in deskundigheid tussen de Belastingdienst en belanghebbende (zie [ii]). De informatie heeft een algemeen karakter (zie [iv]). De door de toelichting gewekte verwachting heeft impact op belanghebbende, namelijk een bepaalde verdeling van bestanddelen gekozen (zie [i], en [iv]), waardoor zij bovendien met schade wordt geconfronteerd.
[iii] Belanghebbende heeft geloofwaardig en consistent verklaard dat hij dit ook zo geïnterpreteerd heeft.
[iv] Die interpretatie was weliswaar verkeerd, althans, niet zoals deze door de belastingdienst was bedoeld, maar volgens de rechtbank niet onbegrijpelijk of zodanig vergezocht dat belanghebbendes echtgenoot de onjuistheid van zijn interpretatie van de inlichting had moeten beseffen of moet hebben beseft.
3) De tekst als uitgangspunt: wat staat er?De Rechtbank neemt de tekst van de toelichting als uitgangspunt (zie [i]), waarin staat dat de verdeling nog kan worden aangepast. In de tekst staat niet een (tijds)beperking van het moment waarop op de verdeling mag worden teruggekomen, dus op grond van de tekst is de interpretatie van belanghebbende mogelijk, zie [ii]. De Rechtbank oordeelt vervolgens (zie [iv]) dat de interpretatie van de burger verkeerd was (althans niet zoals bedoeld), maar op basis van de tekst wél een redelijke (en niet zodanig vergezochte of onbegrijpelijke) interpretatie was. Aan de communicatieve betekenis mag de Belastingdienst zich dan niet zomaar onttrekken.3
[v] Bij een dergelijke lezing van de toelichting is aan belanghebbende een ongeclausuleerde (onjuiste) inlichting gegeven dat de verdeling nog kon worden aangepast.
[vi] De rechtbank betrekt bij dit oordeel de omstandigheid dat het van groot algemeen belang is dat de belastingdienst algemene voorlichting en inlichtingen verstrekt, dat daarbij generalisaties onvermijdelijk zijn en dat afnemers van deze informatie zich hiervan in beginsel bewust kunnen en moeten zijn.
[vii] Daar staat echter tegenover dat de belastingdienst in dit concrete geval betrekkelijk eenvoudig had kunnen kiezen voor een bewoording die de interpretatie van belanghebbende had uitgesloten.
4) De context: reden voor bijstelling van de interpretatie?De interpretatie van belanghebbende wijkt dus af van de bedoeling van de Belastingdienst, maar belanghebbende had hier niet hoeven twijfelen, zie [iv]. Daarbij kijkt de Rechtbank o.a. naar de deskundigheid van belanghebbende (‘leek’) [iii], de uiting (‘ongeclausuleerd’) [v], de context en aard van voorlichting (men weet: ‘generalisaties onvermijdelijk’) [vi] en het gegeven dat de Belastingdienst er niet voor heeft gekozen andere bewoordingen te kiezen die belanghebbende niet op het verkeerde been zou hebben gezet (‘baten’ van extra bewoordingen), terwijl dat ‘betrekkelijk eenvoudig’ had gekund (‘kosten’ van extra bewoordingen) [vii].
[viii] Belanghebbende heeft onweersproken gesteld dat haar echtgenoot als gevolg van die inlichting niet goed, althans niet tijdig heeft onderzocht wat het gevolg van de toegepaste verdeling was.
[ix] Als gevolg daarvan heeft belanghebbende schade geleden, namelijk het niet in aanmerking komen voor huurtoeslag. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt.’
De uitspraak laat mooi zien dat in de overwegingen van de Rechtbank de afzonderlijke stappen van het afwegingskader zijn te onderscheiden. Het afwegingskader geeft een gestructureerd kader om die afwegingen te maken en te analyseren. Het is niet alleen juridisch, maar ook communicatief bezien, goed te verklaren dat in dit geval de gewekte verwachtingen bij de burger gerechtvaardigd zijn.