Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.13.3
5.13.3 Wijze van vergeven
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859152:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Barbaix 2018, p. 431, Barbaix & Verbeke, RW 2012-13/nr. 30, p. 1165, Barbaix & Verbeke, TEP 2013/3, p. 19 en Barbaix & Verbeke, in: Comm. Erf., art. 728, p. 28 (online, bijgewerkt tot 26 september 2013).
Barbaix & Verbeke, TEP 2013/3, p. 19, Barbaix & Verbeke, in: Comm. Erf., art. 728, p. 29 (online, bijgewerkt tot 26 september 2013) en Vandenbogaerde, TPR 2021, p. 611.
Barbaix 2018, p. 431, Barbaix & Verbeke, RW 2012-13/nr. 30, p. 1165, Barbaix & Verbeke, TEP 2013/3, p. 19, Barbaix & Verbeke, in: Comm. Erf., art. 728, p. 29 (online, bijgewerkt tot 26 september 2013) en Vandenbogaerde, TPR 2021, p. 611.
Parl.St. Senaat 2011/12, nr. 5-550/3, p. 17 en Parl.St. Kamer 2012/13, nr. 53-2388/002, p. 5.
Barbaix & Verbeke, TEP 2013/3, p. 19, Barbaix & Verbeke, in: Comm. Erf., art. 728, p. 29 (online, bijgewerkt tot 26 september 2013), Vandenbogaerde, TPR 2021, p. 611 en Willems & Taillieu, T.Not. 2013, nr. 10, p. 523-524.
Willems & Taillieu, T.Not. 2013, nr. 10, p. 523.
Vandenbogaerde, TPR 2021, p. 611 en Willems & Taillieu, T.Not. 2013, nr. 10, p. 524. Zie voor de vraag hoe te handelen indien het testament onduidelijk is op dit punt, Vandenbogaerde, TPR 2021, p. 645 e.v.
Parl.St. Kamer 2012/13, nr. 53-2388/002, p. 7 en Vandenbogaerde, TPR 2021, p. 615.
Vandenbogaerde, TPR 2021, p. 615-616.
Barbaix & Verbeke, in: Comm. Erf., art. 728, p. 28 (online, bijgewerkt tot 26 september 2013) en Vandenbogaerde, TPR 2021, p. 603.
Vandenbogaerde, TPR 2021, p. 616. Zie over de Nederlandse regeling par. 4.4.
Vergeving heeft verstrekkende gevolgen. Het heft de onwaardigheid op met als gevolg dat de onwaardige al zijn erfrechtelijke aanspraken (en alle andere vermogensrechtelijke aanspraken) herwint.1 Om discussies te vermijden over de vraag of al dan niet van vergeving sprake is, heeft de Belgische wetgever aan de vergiffenis vormvereisten verbonden.2 Vergiffenis kan enkel geschonken worden in een geschrift dat is opgemaakt in de vorm die voor een testamentaire beschikking is vereist, aldus artikel 4.7 BBW. Dat betekent dat het schriftelijke stuk moet voldoen aan een van de testamentsvormen.3 De wetgever wil hiermee bereiken dat de vergeving ondubbelzinnig wordt uitgedrukt en dat er geen ruimte is om te betogen dat sprake is van stilzwijgende dan wel impliciete vergeving.4 De wet stelt echter niet als eis dat de vergeving uitdrukkelijk moet zijn, al verdient dit wel de voorkeur.5
Doordat de wet geen eisen stelt aan de inhoud van de vergeving, is onduidelijk of de benoeming van de onwaardige tot legataris na het plegen van het delict voldoende is om van vergeving te kunnen spreken.6
Verder is het de vraag of de doelstelling van de wetgever met het stellen van een vormvereiste wordt behaald. Het Belgische recht kent drie testamentsvormen (art. 4.180 BBW): een eigenhandig geschreven testament (art. 4.181 BBW), het notariële testament (art. 4.183 BBW) en het internationale testament (art. 4.184 BBW). Bij een eigenhandig geschreven testament is de tussenkomst van een notaris niet vereist, hetgeen de kans vergroot op onduidelijkheden en interpretatieproblemen.7
Een andere voorwaarde betreft dat de vergeving van de erflater uitgaat. Alleen de erflater kan, tijdens leven, vergeving schenking. Als de erflater is overleden zonder het schenken van vergiffenis, is geen vergeving meer mogelijk. Ook niet door een mede-erfgenaam van de onwaardige, de rechtbank of een andere derde.8
Minderjarigen die de leeftijd van zestien jaar nog niet hebben bereikt evenals meerderjarigen die onbekwaam zijn een uiterste wilsbeschikking te maken en geen machtiging hebben verkregen daartoe, kunnen niet rechtsgeldig vergeven.9 Zij kunnen niet voldoen aan het vereiste dat de vergeving moet zijn neergelegd in een van de testamentsvormen. Vergeving is, net als het opstellen van een testament, een eenzijdige rechtshandeling.10 Hier tekent zich een verschil af met de Nederlandse regeling waarin de vergeving uit feiten en omstandigheden kan worden afgeleid. Dat brengt mee dat minderjarigen en onder curatelegestelden rechtsgeldig kunnen vergeven naar Nederlands recht.11