Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/11.8:11.8 Het effect van de wijze van overbrenging op de gebruiker – wat is de ideale vorm?
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/11.8
11.8 Het effect van de wijze van overbrenging op de gebruiker – wat is de ideale vorm?
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Malsch e.a. 2010, p. 2402-2407 en De Keijser e.a. 2012, p. 191-207 (aangehaald in 6.5.3).
Zie ook Malsch, De Keijser & Riedijk 2011, p. 1023-1024.
De Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten (NVSA) meent van wel. Zij pleiten voor afschaffing van het proces-verbaal van verhoor zoals we dat kennen. Volgens de NVSA zouden álle verhoren op band moeten worden opgenomen en zou de politie in het dossier slechts moeten volstaan met een korte samenvatting van het verhoor.
Malsch, De Keijser & Riedijk 2011, p. 1025.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor is gebleken dat aan de gangbare wijze van verbaliseren, de zakelijke verslaglegging in monoloogstijl of een variant daarop, vanuit een oogpunt van waarheidsvinding de nodige haken en ogen zitten. De kwaliteit van processen-verbaal laat in sommige gevallen te wensen over. De vraag is tot welke conclusie dit zou moeten leiden. Aan elke vorm van overbrenging zijn immers potentiële nadelen verbonden. Wanneer we eventuele alternatieven voor de heersende monoloogvorm overwegen, moeten deze nadelen worden meegenomen. Daarbij is een complicatie dat de wijze van overbrenging onbedoelde effecten kan hebben op het waarderingsproces van de rechter. Een bepaalde vorm van vastlegging kan vanuit het perspectief van het deugdelijk conserveren van de verklaring mogelijk superieur zijn, maar dat hoeft niet automatisch te betekenen dat rechters (of andere gebruikers) bij die vorm ook betere beslissingen nemen of beter in staat zijn om de verklaringen op hun geloofwaardigheid te toetsen.
Empirisch onderzoek laat zien dat de vorm waarin de verklaring wordt overgebracht, van invloed is op het waarderingsproces. Eerder aangehaald onderzoek van Malsch en collega’s maakt inzichtelijk dat verschillen in de vormgeving van processen-verbaal leiden tot verschillende oordelen over het verhaal van de verdachte in termen van geloofwaardigheid, de kwaliteit van het verhoor en het uiteindelijke oordeel of de verdachte schuldig is.1 Het onderzoek geeft echter slechts beperkt inzicht in de factoren die verantwoordelijk zijn voor de verschillen in waardering.2 Op basis van dit onderzoek kunnen geen conclusies worden getrokken over de mate waarin de verschillende vormen van verslaglegging nu leiden tot betere beslissingen omtrent de waarheidsgetrouwheid van het verhaal van de verdachte.
Gezien de normatieve transformatie die de verklaring doormaakt bij de zakelijke verslaglegging in de vorm van een monoloog of in de vorm van een sterk ingedikte vraag- en antwoordvorm, moet worden geconstateerd dat er andere vormen van vastlegging zijn die beter geschikt zijn voor het conserveren van (getuigen)verklaringen. Wanneer de inhoud en structuur van het verhoor behouden moeten blijven, dan lijkt een transcriptie meer geschikt dan een traditioneel proces-verbaal. Het nadeel van het transcriberen van een verklaring is dat dit erg veel tijd vergt en dat transcripties vaak lastig leesbaar zijn. Vandaar dat de oplossing voor een meer deugdelijke verslaglegging van verhoren veelal wordt gezocht in de audiovisuele techniek. Een auditieve of audiovisuele registratie biedt de rechter meer rechtstreekse en objectieve toegang tot de oorspronkelijke informatiebron. Immers, niet de verbalisant, maar de techniek fungeert als intermediair. De auditieve of audiovisuele registratie van het verhoor geeft een meer neutrale weergave van de interactie tijdens het verhoor en de aldaar afgelegde verklaring. De registratie is ook rijker aan expressievormen dan een schriftelijke weergave kan zijn. Een auditieve of audiovisuele registratie biedt de rechter dan ook een effectieve mogelijkheid om controle uit te oefenen op het proces van tot stand komen van de verklaring en de weergave van die verklaring in het proces-verbaal.
De vraag is of de rechter standaard kennis zou moeten nemen van de auditieve of audiovisuele registraties en deze opnamen geheel in de plaats van processen-verbaal zouden moeten komen.3 Voor verhoren die auditief of audiovisueel zijn vastgelegd, geldt dat het uitkijken of uitluisteren van de opnamen ook een tijdrovende bezigheid is. Daar komt bij dat kennisname van auditieve of audiovisuele opnamen ook weer onbedoelde effecten kan hebben op het waarderingsproces. Bij elke vorm van presenteren, of dat nu schriftelijk, auditief of audiovisueel is, treden immers selectie- dan wel benadrukkingseffecten op.4 Er is nog onvoldoende onderzoek gedaan naar de effecten van beeld- en geluidsmateriaal om met zekerheid te kunnen zeggen dat kennisname daarvan het rechterlijk oordeel omtrent de waarheidsgetrouwheid van getuigenverklaringen ook daadwerkelijk ten goede komt. Echter, in het licht van de huidige procescultuur en de gebreken die kleven aan de gangbare processen- verbaal, is de audiovisuele techniek qua conservatie duidelijk superieur aan de schriftelijke vorm en ligt het voor de hand om de techniek ook in te zetten als controlemiddel