Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/11.9:11.9 Tot besluit
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/11.9
11.9 Tot besluit
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het verhoren van getuigen is een precaire aangelegenheid, in de zin dat (onbewuste) sturing van de zijde van de verhoorder grote consequenties kan hebben voor de betrouwbaarheid van de af te leggen verklaring. Aan de totstandkoming van getuigenverklaringen wordt evenwel in de juridische doctrine nauwelijks aandacht besteed. Geconstateerd moet worden dat er relatief weinig jurisprudentie te vinden is waarin de gang van zaken tijdens het getuigenverhoor aan de orde is. Ook de relatief geringe belangstelling voor het getuigenverhoor in de rechtswetenschap is opmerkelijk. Systematisch onderzoek naar de kwaliteit van afgenomen verhoren ontbreekt, terwijl in de strafrechtsketen wel veel waarde wordt gehecht aan de verklaringen die daaruit voortvloeien. Daarbij speelt mogelijk parten dat wanneer wordt gedacht aan een verklaring, de neiging bestaat dit te zien als een kant-en-klaarproduct, dat al bestaat of ‘af’ is voordat zij daadwerkelijk wordt afgelegd. Het miskent echter dat de verklaring geen statisch gegeven is, maar een product van gezamenlijke constructie, waarbij de persoon van de ondervrager invloed uitoefent op het uiteindelijke resultaat.
Zeker in het licht van onze schriftelijke procescultuur is aandacht voor de totstandkoming van de verklaringen in de vroege fasen van ons strafproces onontbeerlijk, temeer daar juist in die fase (de opsporing) op de interactie tussen verhoorder en getuige weinig controle bestaat. Voor de waardering van het product zoals de rechter dat krijgt voorgelegd, is het van belang dat hij zicht heeft op de wijze waarop het verhoor is verlopen. Uit het voorgaande blijkt dat de schriftelijke getuigenverklaring zoals neergelegd in het procesverbaal geenszins een waardevrije representatie is (en tot op zekere hoogte ook niet kan zijn) van de verklaring en de interactie tijdens het verhoor. De schriftelijke verklaring wordt zeker in de gangbare monoloogvorm gekleurd door de persoon die de verklaring optekent. Het probleem is dat dit uit het proces-verbaal zelf niet duidelijk blijkt. Processen-verbaal die niet in vraagen antwoordvorm zijn opgesteld, geven geen inzicht in de gang van zaken tijdens het verhoor en de totstandkoming van de verklaring, zoals welke vragen zijn gesteld en wie welke informatie als eerste in het verhoor heeft ingebracht. Het hermetische karakter van het proces-verbaal zorgt ervoor dat de toetsbaarheid van de verklaring wordt beperkt. De getuigenverklaring zelf lijkt met het optekenen daarvan in een proces-verbaal aan zeggingskracht te hebben gewonnen, doordat het narratief sterker en eenduidiger is geworden. Door deze versterking kan het waarderingsproces van de rechter op oneigenlijke wijze worden beïnvloed.
Dient dan de conclusie te zijn dat alle verklaringen letterlijk moeten worden vastgelegd? Die vraag laat zich – als gezegd – niet eenvoudig beantwoorden. Enerzijds kan worden aangenomen dat een verbatim verslaglegging een meer diepgaande toetsing van de geloofwaardigheid van de verklaring mogelijk maakt, hetgeen in onze schriftelijke procesvoering evident van groot belang is. Anderzijds is een beknopte en zakelijke verslaglegging erg efficiënt, zowel voor de opsteller als de gebruiker van het proces-verbaal, een argument dat niet te lichtvaardig terzijde mag worden geschoven. Het strafrechtelijk apparaat mag immers niet verzanden in papierwerk. Daarbij bestaat het risico dat een zeer gedetailleerde verslaglegging waarin elke hapering is opgetekend, ertoe leidt dat de processen-verbaal niet meer (zo goed) worden gelezen. Het ligt in dat opzicht veel meer voor de hand om de controleerbaarheid van processen- verbaal te vergroten door het maken van geluids- of videobandopnamen dan in een meer uitvoerige schriftelijke verslaglegging. Maar, dan is vanzelfsprekend wel van belang dat van die controlemogelijkheid ook gebruik zal worden gemaakt.
Dat betekent niet dat er aan processen-verbaal niets te verbeteren valt. Een getuigenverklaring dient in de eigen woorden van de getuige te worden opgetekend, waarbij kwalificerend taalgebruik moet worden uitgebannen. De politie dient de informatie aan te dragen die nodig is voor de lezer om een beslissing te nemen, maar mag niet zelf indirect een voorschot nemen op de rechterlijke beslissing door conclusies te trekken of naar de tenlastelegging toe te schrijven.1 Tevens is van groot belang dat uit het proces-verbaal duidelijk kenbaar is om wat voor type proces-verbaal het gaat.2 Thans is bij processen-verbaal van de politie niet altijd helder of het proces-verbaal een letterlijke vraag- en antwoordvorm behelst of toch een samenvatting waarin ter structurering enkele vragen zijn opgenomen. Meestal is het evenmin inzichtelijk waarom voor een bepaald type verslaglegging is gekozen. De verbalisant zou in ieder geval bij aanvang van het proces-verbaal kunnen expliciteren voor welke vorm is gekozen en waarom. Het ligt voor de hand om in dit opzicht enige uniformering aan te brengen en dat wordt gekozen voor de vraag- en antwoordvorm tenzij er een bijzondere reden is om daar geen gebruik van te maken.3 Een proces-verbaal in vraag- en antwoordvorm heeft ook de voorkeur in die gevallen waarin het verhoor tevens auditief of audiovisueel is geregistreerd, nu die opnamen vooral fungeren als controlemiddel en niet als primaire kenbron van de verklaring. Voorkomen moet worden dat de winst die valt te behalen met het gebruik van de audiovisuele techniek als controlemiddel, teniet wordt gedaan door de wijze van verslagleggen in het procesverbaal. Tevens lijkt het verstandig om richtlijnen te ontwerpen over wat precies in het proces-verbaal moet zijn opgenomen. De Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik voorziet wel in enkele regels, maar die zien enkel op processen-verbaal in zedenzaken. Voor de inhoud van het proces-verbaal in het doorsnee getuigenverhoor ontbreekt vooralsnog echter elke normering.
Voorts valt mogelijk ook aan de zijde van de lezer winst te behalen. Gebruikers van processen-verbaal dienen zich bewust te zijn van het transformatieproces dat met verslaglegging gepaard gaat. Zij mogen dan ook niet blindelings uitgaan van de juistheid van het proces-verbaal. De totstandkoming van de inhoud van het proces-verbaal dient ook daadwerkelijk te worden gecontroleerd, indien de inhoud daarvan door de verdediging is betwist of het bewijs in overwegende mate op de in het proces-verbaal neergelegde verklaring berust.