Billijkheidsuitzonderingen
Einde inhoudsopgave
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/5.3:5.3 Strafrechtelijke billijkheidsuitzonderingen
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/5.3
5.3 Strafrechtelijke billijkheidsuitzonderingen
Documentgegevens:
mr. F.S. Bakker, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. F.S. Bakker
- JCDI
JCDI:ADS357118:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Deze paragraaf geeft voorbeelden van billijkheidsuitzonderingen in het strafrecht. Besproken worden zaken waarin is beslist over een uitzondering, ook als deze is verworpen.1 Een uitputtend overzicht is niet beoogd.2 Zowel materiële als strafvorderlijke uitzonderingen komen aan de orde, maar het accent ligt op het materiële recht. De uitzonderingen zijn hiervóór geplaatst in het rechterlijk beslissingsmodel van de artikelen 348 en 350 Sv.3
Als eerste wordt onderscheiden de categorie van de strafuitsluitingsgronden (par. 5.3.1). Dan worden enkele verdragsbepalingen behandeld die juncto artikel 94 Gw grondslag zijn voor uitzonderingen, en zo fungeren als rechtvaardigingsgronden (par. 5.3.2). Vervolgens komen uitzonderingen van feitenrechters op het wettelijke taakstrafverbod ter sprake (par. 5.3.3) en een uitzondering uit de feitenrechtspraak op de samenloopregeling van artikel 63 Sr (par. 5.3.4). Ten vijfde wordt ingegaan op de hardheidsclausule uit de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden, en vergelijkbare ongeschreven en verdragsrechtelijke uitzonderingen (par. 5.3.5). Tot slot komen ongeschreven procesrechtelijke uitzonderingen aan de orde: bij rechtsmiddeltermijnen en – verboden, krachtens misbruik van procesrecht en op het slachtofferspreekrecht van artikel 51e Sv (par. 5.3.6).
5.3.1 Strafuitsluitingsgronden5.3.2 Verdragsrechtelijke ‘rechtvaardigingsgronden’5.3.3 Het taakstrafverbod van artikel 22b Sr5.3.4 De samenloopregeling van artikel 63 Sr5.3.5 De Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden5.3.6 Procesrechtelijke uitzonderingen