De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/8.5.1:8.5.1 Het vierde lid versus het vijfde lid van artikel 2:19 BW
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/8.5.1
8.5.1 Het vierde lid versus het vijfde lid van artikel 2:19 BW
Documentgegevens:
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS389896:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 20 juni 2008, RdvW 2008, 657, concl. A-G Huydecoper.
Smid 2002, p. 8-9 en Ktr. Terneuzen 1 februari 2012, RO 2012/32 (wenk).
HR 26 maart 2004, NJ 2004/330, r.o. 3.4 (Zohar Foods International).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In geval van een terechte turboliquidatie zal de toepassing van het vierde lid van artikel 2:19 BW toepassing van het vijfde lid van artikel 2:19 BW uitsluiten. Het vierde lid bepaalt immers dat de BV na turboliquidatie, de ontbinding zonder vereffening, direct ophoudt te bestaan, terwijl het vijfde lid bepaalt dat een ontbonden BV, ontbonden op een andere wijze dan door turboliquidatie, blijft voortbestaan voor zover dit nodig is tot vereffening van haar vermogen. A-G Huydecoper verwoordt de verhouding tussen deze twee leden als volgt:
‘Art. 2:19 lid 4 BW wordt dan ook gezien als (niet meer dan) de logische gevolgtrekking uit de regel van art. 2:19 lid 5 BW: een rechtspersoon ‘eindigt’ door de ontbinding en de algehele vereffening van het vermogen. Ontbinding terwijl er geen te vereffenen vermogen bestaat, betekent dan logischerwijs dat de rechtspersoon dadelijk ophoudt te bestaan.’1
Geconcludeerd zou kunnen worden dat het vierde lid of het vijfde lid van artikel 2:19 BW van toepassing kan zijn in geval van ontbinding van een BV. Het lijkt ondenkbaar dat beide leden aan de orde komen in een en dezelfde situatie. Echter, dit is niet het geval. Wanneer sprake is van een onterecht toegepaste turboliquidatie zijn beide leden van toepassing. Het vierde lid, omdat een turboliquidatie is toegepast en het vijfde lid, omdat ondanks dat de turboliquidatie is toegepast, de BV voortbestaat vanwege de bestaande bate. Deze opmerkelijke situatie wordt veroorzaakt door het feit dat het bestuur het orgaan is dat oordeelt over het al dan niet bestaan van een bate ten tijde van ontbinding en dat een dergelijk bestuursoordeel voldoende wordt geacht voor toepassing van de turboliquidatie,2 terwijl uit het feit dat een BV als turbogeliquideerd staat ingeschreven in het handelsregister niet per definitie mag worden afgeleid dat ten tijde van ontbinding daadwerkelijk geen bate binnen de BV bestond.3