Verrekening door de fiscus
Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/2.4.6.5:2.4.6.5 Identiteit van vermogens
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/2.4.6.5
2.4.6.5 Identiteit van vermogens
Documentgegevens:
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS605994:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het vereiste van identiteit van vermogens speelt bij artikel 24 Iw 1990 geen bijzondere rol. De schulden en vorderingen die op de voet van artikel 24 lid 1 Iw 1990 in verrekening kunnen worden gebracht, vallen in het 'vermogen' van de fiscus. Zij hebben derhalve betrekking op dezelfde overheidsdienst.1 Dat geldt weliswaar niet voor de belastingen en heffingen waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen. Die vorderingen mogen op grond van de wet worden verrekend. Dit betreft primair een uitzondering op het vereiste van wederkerig schuldenaarschap.2
Artikel 24 Iw 1990 kan worden gezien als een bepaling die 'fixeert' wat wordt geacht onder het vermogen van de fiscus te vallen. Dat is een relevante constatering, aangezien civielrechtelijk gezien de fiscus niet over een zelfstandig vermogen beschikt. Het vermogen van de Staat wordt civielrechtelijk immers beschouwd als één en ondeelbaar. De op zichzelf nuttige functie van artikel 24 Iw 1990 is dat die een aanwijzing geeft welk onderdeel van het vermogen van de rijksoverheid door de wetgever wordt beschouwd als aan de belastingdienst toe te rekenen vermogen, dat zich in de verhouding met de belastingplichtigen voor verrekening leent. In die zin bevat artikel 24 Iw 1990 een element dat doet denken aan de Duitse Kassenleer.3