Verrekening door de fiscus
Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/2.4.6.6:2.4.6.6 Het liquiditeitsvereiste
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/2.4.6.6
2.4.6.6 Het liquiditeitsvereiste
Documentgegevens:
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS612048:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 2.2.4.6.
Zie § 2.4.4.
Zie § 1.6.
Ook hier geldt nog de omstandigheid dat de bij bestuursrechtelijke geldschulden alleen die BW-regels kunnen gelden die in de Awb uitdrukkelijk van toepassing zijn verklaard (§ 2.4.2). Dat is met art. 6:136 BW niet het geval. Reeds om die reden komt het liquiditeitsvereiste bij verrekening op de voet van art. 241w 1990 waarschijnlijk niet aan de orde.
Zie over dat arrest § 5.4.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij verrekening op de voet van artikel 24 Iw 1990 lijkt het liquiditeitsvereiste geen rol te spelen. Dit vereiste komt aan de orde als een in rechte aangesproken partij een beroep op verrekening doet.1 Onder artikel 24 Iw 1990 kan alleen de ontvanger tot verrekening overgaan.2 De belastingplichtige zal daarom in rechte niet, bij wege van verweer, een beroep op verrekening kunnen doen. Deze processuele onmogelijkheid voor de belastingplichtige beschouw ik eveneens als een tekortkoming van artikel 24 Iw 1990, met dien verstande dat deze situatie weinig voor zal komen omdat de fiscus normaal gesproken niet naar de rechter hoeft om een titel te halen3 Verder geldt dat als de ontvanger in rechte door een belastingplichtige wordt, of dreigt te worden aangesproken tot betaling, hij een verrekeningsverklaring op de voet van artikel 24 Iw 1990 kan uitbrengen. De rechter kan dan wel de geldigheid van die verklaring beoordelen, maar het liquiditeitsvereiste speelt daarbij geen rol, tenzij de rechter zou vinden dat de vordering van de fiscus kennelijk ongegrond is.4 Dit zal vrijwel nooit voorkomen bij een openstaande belastingaanslag. Valt de verrekening buiten artikel 241w 1990, doordat uitsluitend sprake is van civielrechtelijke vorderingen (de Ontvanger/Van Kampen II-situatie5), dan kan het liquiditeitsvereiste wel een rol van betekenis spelen. Dat kan met name gebeuren als de fiscus de belastingplichtige in rechte aanspreekt tot betaling van een vermeende civielrechtelijke schuld aan de fiscus. De belastingplichtige kan ten aanzien van een tegenvordering op de fiscus dan een beroep op verrekening doen. De rechter zal in dat geval (volledig) toetsen aan de criteria van artikel 6:136 BW.