Het rechterlijk bevel en verbod als remedie
Einde inhoudsopgave
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/5.7.1:5.7.1 Inleiding
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/5.7.1
5.7.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. J.J. van der Helm, datum 01-01-2023
- Datum
01-01-2023
- Auteur
mr. drs. J.J. van der Helm
- JCDI
JCDI:ADS692243:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ik teken daarbij, ter vermijding van misverstand, aan dat art. 47 Handvest ‘op zichzelf volstaat en niet behoeft te worden verduidelijkt door bepalingen van Unierecht of van nationaal recht’. Aldus HvJ 17 april 2018, ECLI:EU:C:2018:257, par. 78 (Egenberger).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
214. Het feit dat het in beginsel aan het nationale recht wordt overgelaten om te bepalen welke remedies beschikbaar zijn, laat onverlet dat in specifieke gevallen uit het Unierecht wel degelijk volgt waaraan remedies moeten voldoen, althans, dat aan het Unierecht (dwingende) aanwijzingen zijn te ontlenen.1 Ik bespreek op hoofdlijnen en voor zover relevant voor de eisen die aan remedies zijn te stellen, als voorbeeld het aanbestedingsrecht. De wijze waarop naar nationaal recht de rechtsbescherming in aanbestedingszaken is geregeld, maakt namelijk goed duidelijk hoezeer de eisen die het Unierecht aan de rechtsbescherming stelt, het nationale kader kunnen beïnvloeden.