De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/12.2.4.6:12.2.4.6 Stemrechten van een partij met een vrijstelling of ontheffing
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/12.2.4.6
12.2.4.6 Stemrechten van een partij met een vrijstelling of ontheffing
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS367609:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie daarover nader § 15.6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De stemrechten van een partij die is vrijgesteld van de biedplicht of daarvan is ontheven op de voet van art. 5:72 lid 3 Wft1 kunnen wel worden toegerekend aan anderen. Daarvan gaat de wetgever op verschillende plaatsen uit. Ik noem hier enkel de vrijstelling voor degene die toetreedt tot een krachtens overgangsrecht vrijgesteld samenwerkingsverband (art. 2 lid 5 Vrijstellingsbesluit; zie uitgebreid § 15.2.2.3); klaarblijkelijk is de gedachte dat degene die toetreedt tot een dergelijk samenwerkingsverband overwegende zeggenschap verkrijgt, hetgeen toerekening impliceert.
Uiteraard is toerekening pas aan de orde als er daadwerkelijk in onderling overleg wordt gehandeld in de zin van de definitie van art. 1:1 Wft. Voor een biedplicht is bovendien steeds nodig dat er overwegende zeggenschap wordt verworven. Een partij die met gebruikmaking van een vrijstelling overwegende zeggenschap heeft verworven kan in beginsel niet nogmaals overwegende zeggenschap verwerven. Zo kan samenwerking tussen twee vrijgestelde grootaandeelhouders niet tot een biedplicht leiden (zie ook § 15.3.3).