Einde inhoudsopgave
Voor risico van de ondernemer (O&R nr. 142) 2023/1.4.4
1.4.4 De laedens
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS713082:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een definitie van de term ‘ondernemer’: par. 1.6.1.
Beumers & Van Boom 2016; Loth 2016; Franken, AV&S 2014/1. Zie op een meer rechtstheoretisch niveau over de relationele verhouding tussen laedens en gelaedeerde: Weinrib, Corrective Justice 2012; Weinrib, The Idea of Private Law 2012.
Dit is uiteraard anders bij publieke figuren zoals politici. Het leerstuk van onrechtmatige uitlatingen is sterk beïnvloed door de jurisprudentie van het EHRM. Zo besliste het Hof in Steel & Morris dat ondernemingen (in het bijzonder multinationals) “inevitably and knowingly lay themselves open to close scrutiny of their acts and, as in the case of businessmen and women who manage them, the limits of acceptable criticism are wider in the case of such companies”. Zie: EHRM 15 feburari 2005, 68416/01, ECLI:CE:ECHR:2005:0215JUD006841601 (Steel & Morris/Verenigd Koninkrijk), r.o. 94. In een latere zaak oordeelde het EHRM dat indien de gelaedeerde niet een multinational is, maar een (kleinere) onderneming, zij aanspraak kan maken op “a comparatively increased protection of its reputation”. Zie ook: EHRM 27 November 2007, 42864/05, ECLI:CE:ECHR:2007:1127JUD00428640 (Timpul Info-Magazin and Anghel/Moldova). De hoedanigheid van onderneming wordt wel degelijk meegenomen bij onrechtmatige uitlatingen, maar er wordt gedifferentieerd naar gelang het type en de omvang van de onderneming in kwestie. Zie ook: Van der Linden, NTBR 2020/38, p. 65-78.
Houben, AA 2017, p. 600-609.
Houben, AA 2017, p. 603; Jak 2016/8, p. 59 e.v; Hartlief, WPNR 2004/6564, p. 106 e.v; Hartlief, AA 2003, p. 929; Tjittes 1994, p. 241-242. Zie m.b.t. de laedens als sterke partij ook: Emaus 2014; Kristen & Emaus 2020, p. 147-169.
Bijvoorbeeld de vraag of een risicoaansprakelijkheid in concernverhoudingen gewenst is. Zie hierover: Smeehuijzen, NJB 2021/2813, p. 3190 e.v.; Huizink 2022/7377, p. 509-511. Zie verder bijvoorbeeld m.b.t. het daderschap in het kader van het mededingingsrecht: Sieburgh, ERPL 2016, p. 665 e.v.; Van Dijk 2020, p. 113-125; de bijdrage van Stein tijdens de voorjaarsvergadering van de Vereniging van Burgerlijk Recht 2022 (Stein e.a., NTBR 2022/30). Zie in het kader van mensenrechtenverplichtingen en maatschappelijk verantwoord ondernemen bijvoorbeeld: Fasterling 2020, p. 18-37. Zie over enterprise liability als vorm van concernaansprakelijkheid vanuit Amerikaans perspectief: Dearborn, California Law Review 2009, p. 195-261.
Dit proefschrift zich op de betekenis van de hoedanigheid van de ondernemer-laedens.1 Dit betekent niet dat de hoedanigheid van ondernemer aan de zijde van de gelaedeerde geen rol speelt binnen het onrechtmatigedaadsrecht.2 In het kader van het leerstuk van onrechtmatige uitlatingen wordt bijvoorbeeld minder snel aansprakelijkheid aangenomen, indien de benadeelde een (grote) ondernemer is.3 Vanwege de beperkte tijd die voor dit promotietraject ter beschikking stond, is ervoor gekozen om de ondernemer-gelaedeerde buiten beschouwing te laten. De keuze voor de ondernemer-laedens is enerzijds te verklaren vanuit praktisch oogpunt. Zo zijn er meer aanwijzingen in de literatuur dat sterke partijen (met meer kennis of meer deskundigheid) meer verantwoordelijkheid krijgen toebedeeld.4 Dit betekent dat er meer bouwblokken zijn die kunnen worden aangewend om dit raamwerk op te bouwen. Verder sluit een focus op de laedens goed aan bij de onderzoeken die op verscheidene andere rechtsgebieden al zijn uitgevoerd (ongelijkheidscompensatie in het contractenrecht).5
Daarnaast richt dit proefschrift op de aansprakelijkheid van de ondernemer als geheel jegens de wederpartij. Dit betekent dat de aansprakelijkheid van bepaalde organen van of betrokkenen bij de onderneming jegens derden niet of slechts zijdelings aan bod komt. Zo valt bijvoorbeeld een uitgebreide bespreking van het leerstuk bestuurdersaansprakelijkheid buiten het bestek van dit onderzoek. Daarnaast ga ik ook niet in op het leerstuk ‘concernaansprakelijkheid’. Hoewel het daderschap bij groepen ondernemingen nog veel vragen oproept,6 is het niet haalbaar om dit aspect te betrekken in dit onderzoek.