De bij dode opgerichte stichting
Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/3.2:3.2 Artikel 2:286 lid 1 BW: de verbinding tussen het erfrecht en het rechtspersonenrecht
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/3.2
3.2 Artikel 2:286 lid 1 BW: de verbinding tussen het erfrecht en het rechtspersonenrecht
Documentgegevens:
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232451:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Dit is een ten overstaan van een notaris te maken uiterste wil, Melis/Waaijer, De Notariswet 2019/6.2.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een stichting kan worden opgericht bij uiterste wilsbeschikking opgenomen in een notariële uiterste wil,1 zo blijkt uit artikel 2:286 lid 1 BW in verbinding met artikel 2:4 lid 1 BW. Voor de bij dode opgerichte stichting legt artikel 2:286 lid 1 BW de verbinding tussen het erfrecht en het rechtspersonenrecht. Deze bepaling moet daarom worden onderzocht vanuit beide rechtsgebieden.
Vanuit het erfrecht kan de vraag worden gesteld wanneer sprake is van een geschikte uiterste wilsbeschikking tot oprichting van een stichting bij uiterste wilsbeschikking. Vervolgens komt de vraag aan de orde of de notariële akte waarin die uiterste wilsbeschikking is opgenomen, bezien vanuit het rechtspersonenrecht geschikt is als oprichtingsakte.
3.2.1 Erfrechtelijke vragen ten aanzien van artikel 2:286 lid 1 BW3.2.2 Vragen uit het rechtspersonenrecht ten aanzien van artikel 2:286 BW3.2.3 Algemene conclusie: de oprichting van een stichting bij dode vereist een Nederlandse notariële uiterste wilsbeschikking