De bij dode opgerichte stichting
Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/3.2.1:3.2.1 Erfrechtelijke vragen ten aanzien van artikel 2:286 lid 1 BW
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/3.2.1
3.2.1 Erfrechtelijke vragen ten aanzien van artikel 2:286 lid 1 BW
Documentgegevens:
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232205:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Binnen de vraag wanneer sprake is van een uiterste wilsbeschikking die geschikt is voor de oprichting van een stichting bij uiterste wilsbeschikking kunnen drie deelvragen worden onderscheiden:
Wanneer is sprake van een uiterste wilsbeschikking tot oprichting van een stichting?
Wie kan bij uiterste wilsbeschikking een stichting oprichten?
Wanneer is sprake van een notariële uiterste wil?
Hierna behandel ik deze deelvragen en ik sluit dit onderdeel af met een conclusie.
3.2.1.1 Wanneer is sprake van een uiterste wilsbeschikking tot oprichting van een stichting?3.2.1.2 Wie kan bij uiterste wilsbeschikking een stichting oprichten?3.2.1.3 Wanneer is sprake van een notariële uiterste wil?3.2.1.4 Deelconclusie: wanneer is sprake van een uiterste wilsbeschikking tot oprichting van een stichting?