Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/4.4
4.4 Verhouding Wob – AWR
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285550:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Zie: Hoofdstuk 3, par. 1.1.
Brief Staatssecretaris van Financiën van 13 maart 1998, nr. WJB 98/46, V-N 1998/19.6. De redactie Vakstudie Nieuws stelt in haar aantekening dat: “De staatssecretaris wil met andere woorden de fiscale geheimhouding volledig 'Wob-proof' maken”. Vergelijk: brief Staatssecretaris van Financiën van 12 maart 2001, Kamerstukken II 2000/01, 27 400 IXB, nr. 27, blz. 1. Zie ook: Daalder 2015, blz. 212-213.
ARRvS 26 juli 1984, ECLI:NL:RVS:1984:AP3377, BNB 1985/47. Vergelijk: P.D.A. Claessen, De wet openbaarheid van bestuur en de belastingplichtige WFR 1985/959.
ARRvS 22 november 1982, ECLI:NL:RVS:1982:AP2763, BNB 1985/33. Vergelijk: ARRvS 16 januari 1984, ECLI:NL:RVS:1984:AM8545, BNB 1985/34, ARRvS 31 juli 1984, ECLI:NL:RVS:1984:AP3404, BNB 1985/35 en ARRvS 29 april 1986, ECLI:NL:RVS:1986:AM9600, V-N 1986/1801.
NAV, Kamerstukken II 2005/06, 30 322, nr. 7, blz. 26-27. Zie uitgebreider: A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, De Wet openbaarheid van bestuur, FED 1994/411.
G.J. van Leijenhorst, Belastingbeleid, WFR 1999/401. Hij stelde voor dat de nieuwe bepaling zou moeten aangeven in welke gevallen de geheimhoudingsplicht niet gold en in welke gevallen en onder welke voorwaarden ontheffing mogelijk zou zijn.
NAV, Kamerstukken II 2005/06, 30 322, nr. 7, blz. 27. Dit was volgens de parlementaire geschiedenis van de Wob ook de bedoeling (motie Van der Sanden c.s., Handelingen II 1976/1977, blz. 3276).
Zie bijvoorbeeld: Feteris 2007, blz. 295, P. Fortuin, Geheimhoudingsplicht Belastingdienst en verkorting beslistermijnen, NTFR-B 2008/4, E. Thomas in zijn commentaar bij NTFR 2011/1271 en R. Steenman, Fiscus, wat weet u van mij? Over (on)mogelijkheden om fiscale informatie op te vragen die op de aanvrager zelf betrekking heeft, WFR 2012/265.
ABRvS 14 april 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM1041, JB 2010/137 met annotatie G. Overkleeft-Verburg. Vergelijk: ABRvS 30 juni 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM9675, AB 2010/239 waarin dit eveneens werd bevestigd voor art. 1:89 Wft. Zie ook: memo inzagerecht in het controledossier (2018), blz. 2.
Rechtbank Gelderland 25 juli 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:7450, r.o. 7.
ABRvS 2 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3318, r.o. 5.1 en in vergelijkbare zin ABRvS 29 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:267. Tegen een Wob-verzoek dat werd afgewezen op grond van art. 67 AWR stond voorheen geen beroep open bij de (fiscale) bestuursrechter, maar was alleen nog een vordering bij de burgerlijke rechter mogelijk (ABRvS 14 april 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM1041, JB 2010/137 en HR 13 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:830, FED 2016/82). Zie uitgebreider: L.J. Boone, Belastinggerelateerde informatieverzoeken en de fiscale geheimhoudingsplicht, Belastingblad 2016/261.
Met de herziening van art. 67 AWR in 2008 werd tevens de verhouding tussen de fiscale geheimhoudingsplicht en de Wob (eindelijk) geregeld.1 Al in 1998 werd geconstateerd dat aanscherping van art. 67 AWR nodig was door de toenemende spanning tussen de openbaarheidsverplichting van de Wob en de fiscale geheimhoudingsplicht.2 In 1984 had de ARRvS namelijk geoordeeld dat Wob niet door de geheimhoudingsplicht uit de AWR opzij kon worden gezet en dat bij verzoeken om ontheffing aansluiting zou moeten worden gezocht bij de maatstaven van de Wob.3 Eerder was al door de ARRvS beslist dat verzoeken om inzage in het eigen belastingdossier met toepassing van de Wob niet mocht worden geweigerd met een beroep op art. 67 AWR (oud).4 Volgens de Staatssecretaris van Financiën was de Wob echter niet bedoeld en niet geschikt voor belastingplichtigen om informatie over henzelf op te vragen. Volgens hem impliceerde de Wob dat bij openbaarmaking de gegevens niet alleen voor de verzoeker, maar voor iedereen toegankelijk zou zijn.5 Met de wijziging van art. 67 AWR, waarvoor Van Leijenhorst6 al in 1999 een voorzet had gegeven, werd een bijzondere openbaarmakingsregeling met een uitputtend karakter beoogd die zou prevaleren boven de Wob.7 In de literatuur werd getwijfeld of, met de wetswijziging, de fiscale geheimhoudingsplicht als lex specialis voorrang zou hebben op de gegevensverstrekking op grond van de Wob.8 De ABRvS heeft echter geoordeeld dat de fiscale geheimhoudingsbepaling, zoals deze bepaling sinds 1 januari 2008 luidt, een bijzondere openbaarmakingsregeling met een uitputtend karakter is die prevaleert boven de Wob.9
Rechtbank Gelderland heeft in een Wob-procedure bevestigd dat het logischerwijs wel moet gaan om fiscale informatie waarop de fiscale geheimhoudingsplicht rust.10 In die casus had de gemeente Utrecht de gevraagde informatie niet verkregen in het kader van uitvoering van de (gemeentelijke) belastingwet (en evenmin verkregen van een met de uitvoering van de belastingwet belast orgaan), maar verkregen in het kader van een exploitatievergunning. Hierdoor was art. 67 AWR niet van toepassing en diende openbaarmaking te worden getoetst aan de Wob. In 2019 is de ABRvS ‘omgegaan’ en oordeelde de ABRvS dat tegen een afwijzing van een verzoek om informatie op grond van de Wob (waarbij onder verwijzing naar art. 67 AWR gegevens worden geweigerd) rechtsbescherming moet worden geboden middels bezwaar en beroep.11 Het is dus uiteindelijk de bestuursrechter die beslist of in een Wob-procedure terecht een beroep is gedaan op art. 67 AWR.