Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen
Einde inhoudsopgave
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/5.3.1:5.3.1 Inleiding
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/5.3.1
5.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. S.R. Damminga, datum 07-11-2013
- Datum
07-11-2013
- Auteur
mr. S.R. Damminga
- JCDI
JCDI:ADS495114:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Alleen wanneer A de tafel wilde schenken, zou de levering van de tafel geen betaling zonder rechtsgrond zijn. A zal volgens art. 3:33 dan moeten verklaren een dergelijke bedoeling te hebben.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Nu is vastgesteld in welke type gevallen een ongerechtvaardigde verrijking als gevolg van een prestatie ontstaat, kan in deze paragraaf worden onderzocht welke uitleg moet worden gegeven aan de begrippen ‘betaling’ en ‘rechtsgrond’, zodat in die gevallen de prestatie teruggevorderd kan worden om de ongerechtvaardigde verrijking ongedaan te maken.
Ik bespreek eerst de opvatting van de wetgever en de heersende leer ten aanzien van het begrippenpaar ‘betaling’ en ‘rechtsgrond’. Ik meen dat het prestatiebegrip van de heersende leer te beperkt is. In veel meerpartijenverhoudingen kan een prestatie die is verricht op grond van een gebrekkige rechtsverhouding niet worden teruggevorderd van de wederpartij bij deze rechtsverhouding. De waarde van de prestatie zou moeten worden teruggevorderd met de algemene vordering uit ongerechtvaardigde verrijking (artikel 6:212), terwijl naar mijn mening in de systematiek van het Burgerlijk Wetboek de gebrekkige rechtsverhouding moet worden afgewikkeld met behulp van de vordering uit onverschuldigde betaling. Ik onderzoek daarom vervolgens welke invulling wordt gegeven aan de begrippen betaling en rechtsgrond door de heersende leer in Duitsland. Ook naar Duits recht moet een prestatie in beginsel worden teruggevorderd met een vordering die vergelijkbaar is met de vordering uit onverschuldigde betaling, de zogenaamde Leistungskondiktion. Die invulling is van belang voor het Nederlandse recht, omdat zij min of meer heersende leer was onder het oude recht, en zij ook voor het nieuwe recht is verdedigd. Echter, ook de Duitse benadering blijkt niet altijd tot consequente en gewenste uitkomsten te voeren. Ik zal daarom een nieuwe benadering voorstellen, waarbij een heel ruime invulling wordt gegeven aan het begrip ‘prestatie’ en waarbij de gewenste uitkomsten moeten worden bereikt met behulp van het begrip ‘rechtsgrond’.
Eerst moet worden opgemerkt dat betaling een begrip is dat meerdere betekenissen heeft. Het begrip betaling wordt gebruikt als aanduiding van zowel de nakoming van een verbintenis als van een onverschuldigde betaling. Nakoming en onverschuldigde betaling zijn echter begrippen die elkaar in veel gevallen uitsluiten. Een voorbeeld maakt dit duidelijk. Stel dat een overeenkomst de schuldenaar verplicht tot het leveren van een kast, maar dat hij in plaats daarvan een tafel levert. De levering van de tafel kan worden aangeduid als een betaling. Zij levert hier echter geen nakoming op, en juist om die reden ontbreekt een rechtsgrond voor de betaling.1 De schuldenaar kan daarom de tafel als onverschuldigd betaald terugvorderen.
Gelet op het feit dat het begrip betaling meerdere betekenissen heeft, merk ik op dat het hier als volgt wordt gebruikt: een betaling in de zin van artikel 6:203, tenzij uitdrukkelijk duidelijk wordt gemaakt dat het gaat om nakoming. Als alternatief voor de term betaling (of betalingsbegrip) gebruik ik ook de term prestatie (of prestatiebegrip). Deze termen zijn inwisselbaar.