Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/2.13.7
2.13.7 Versterking van het budgetrecht en de informatiepositie van het parlement: getrokken lessen uit de kredietcrisis
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2008/09, 31 371, nr. 14 (motie Irrgang/Vendrik). Ook op het terrein van de financiële markten zijn een heel aantal wijzigingen doorgevoerd. Zo is bijvoorbeeld het Financieel Stabiliteitscomité opgericht. Zie bijlage bij Kamerstukken II 2012/13, 32 545, nr. 11. Over de beleids- en wetgevingsinitiatieven aangekondigd door het kabinet onder andere naar aanleiding van de commissie De Wit, zie Kamerstukken II 2011/12, 31 980, nr. 55.
De uitgaven zijn niet vooraf geautoriseerd door de Kamer en bovendien is artikel 34 Comptabiliteitswet 2001 niet in acht genomen. Volgens dit artikel had het oprichten van een stichting bij het parlement moeten worden voorgehangen (de vermogensbestanddelen van SNS zijn onteigend ten behoeve van een separate stichting die voor de verdere afwikkeling (waarschijnlijk via faillissement) zorg zal dragen), Kamerstukken II 2012/13, 33 532, nr. 1, p. 11.
Ook was al sinds de zomer van 2012 bekend dat SNS REAAL in financiële problemen verkeerde.
Welke verwerking plaats heeft gevonden bij de indiening van een incidentele suppletoire begroting, tevens ingediend op 1 februari 2013, Kamerstukken II 2012/13, 33 533, nr. 1.
Zie uitgebreid over het ESM paragraaf 4.3.6..
Wet van 9 juli 2014, Stb. 2014, 310.
Zie onder andere Kamerstukken II 2008/09, 31 371, nr. 241.
Kamerstukken II 2012/13, 33 400, nr. F (motie Postema c.s.).
Rapport Bureau Onderzoek en Rijksuitgaven 2015, p. 36.
Zowel het kabinet als de Tweede Kamer lijkt een aantal lessen uit de kredietcrisis ter harte te nemen, mede naar aanleiding van het kritische rapport van de parlementaire enquêtecommissie Financieel stelsel over het eigen functioneren van de Tweede Kamer en de motie Irrgang/Vendrik over het vertrouwelijk informeren van de Tweede Kamer.1 Bij de nationalisatie van SNS REAAL op 1 februari 2013 werd het formele en het materiële budgetrecht weliswaar niet in acht genomen,2 mede door de marktgevoeligheid en de onmogelijkheid om de nationalisatie in het openbaar te bespreken, er is echter vooraf meermaals vertrouwelijk gesproken met de financiële woordvoerders van de fracties, die tevens in de gelegenheid werden gesteld om technische vragen te stellen.3 Achteraf werd niet alleen kennis gegeven van de nationalisatie, tevens werd (op onderdelen) verantwoording afgelegd en er werd uitvoerig ingegaan op de budgettaire gevolgen.4 Zowel vooraf als achteraf werd zoveel als mogelijk tegemoet gekomen aan de informatiepositie van het parlement.
Een andere manier om het budgetrecht en de informatiepositie van het parlement te versterken in crisissituaties is hiervoor al genoemd: namelijk het informatieprotocol opgesteld over de vertrouwelijke informatieverstrekking aan de Kamer bij financiële instellingen (paragraaf 2.13.5). Ook zijn er tussen het parlement en het kabinet afspraken gemaakt over de invulling van de behandelprocedures inzake EFSF/ESM-besluiten waarbij het uitgangspunt is om de Tweede Kamer vooral in het openbaar te informeren (paragraaf 2.13.6).5
Het budgetrecht is ook op andere manieren versterkt na de kredietcrisis. Zo is de voorhangprocedure uit artikel 34 Comptabiliteitswet 2001 verruimd,6 omdat tijdens de kredietcrisis bleek dat sommige interventies van de Staat bij financiële instellingen niet onder de voorhangprocedure vielen waardoor betrokkenheid van het parlement vooraf niet gegarandeerd was.7 Ook wordt op verzoek van de Eerste Kamer sinds 2014 jaarlijks in de Miljoenennota een risicoanalyse voor de overheidsfinanciën opgenomen.8
Naar aanleiding van de kredietcrisis en de schuldencrisis zijn de risico’s op uitstaande garanties en achterborgstellingen aanzienlijk gestegen.9 Op deze manier wordt aan de Kamers informatie gegeven over de ontwikkeling van de risico’s voor de overheidsfinanciën en de mogelijkheden om deze risico’s te beheersen. Toch komt het BOR tot de conclusie dat de toegenomen complexiteit van de financiële stromen per saldo het inzicht en de transparantie in de overheidsfinanciën hebben verminderd.10