Het budgetrecht van het Nederlandse parlement
Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/2.13.3:2.13.3 Andere interventies met aanzienlijke financiële gevolgen
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/2.13.3
2.13.3 Andere interventies met aanzienlijke financiële gevolgen
Documentgegevens:
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De raamwerkovereenkomst van het EFSF is te raadplegen via de website van het EFSF: http://www.efsf.europa.eu/attachments/20111019_efsf_framework_agreement_en.pdf.
In het geval van de herkapitalisatiefaciliteit: Kamerstukken II 2008/09, 31 371, nr. 18. Zie ook Diamant & Van Emmerik 2011. In het geval van het EFSF: Handelingen II 2009/10, nr. 82, p. 6955-6980.
Diamant & Van Emmerik 2013, p. 102.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dat tijdens de kredietcrisis de wettelijke procedure niet altijd kon worden gevolgd, bleek ook bij de deelneming van de Staat in andere financiële instellingen via de herkapitalisatiefaciliteit en bij de oprichting van het EFSF – een privaatrechtelijke onderneming opgericht volgens Luxemburgs recht.1 In beide gevallen werd artikel 34 Comptabiliteitswet 2001, dat garandeert dat het parlement via een voorhangprocedure betrokken is bij privaatrechtelijke handelingen van de Staat met financiële gevolgen, niet nageleefd. De dertigdagentermijn uit het artikel, de zogenoemde voorhangprocedure die garandeert dat het parlement betrokken wordt bij het aangaan van dergelijke verplichtingen, kon niet worden gehanteerd gelet op de snelheid waarmee ingestemd diende te worden met de deelname van de Staat in financiële instellingen via de herkapitalisatiefaciliteit en de oprichting van het EFSF. In beide gevallen stemde het parlement in met de oprichting van de faciliteit en daarmee dus ook met de daarmee gepaard gaande budgettaire gevolgen – met de besteding van de middelen werd overigens in het geval van de herkapitalisatiefaciliteit wel gewacht tot na de materiële autorisatie.2 De budgettaire verwerking van de verplichtingen vond in beide gevallen plaats in de eerstvolgende reguliere suppletoire begroting.
De bevoegdheid van het parlement om autorisatie te verlenen voor het doen van de uitgave bij de vaststelling van de (suppletoire) begrotingswet heeft in dergelijke gevallen echter nog maar weinig om het lijf doordat materieel door het parlement al is ingestemd met de oprichting van de faciliteit en de daarmee gepaard gaande budgettaire gevolgen.3 Zeker in het geval van het EFSF, omdat al is ingestemd met de internationale betalingsverplichting.