Kavelruil
Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/2.II.C.3.a:a. Vragen 1 en 2: verkrijgingen vooruitlopend op ruilverkaveling/kavelruil
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/2.II.C.3.a
a. Vragen 1 en 2: verkrijgingen vooruitlopend op ruilverkaveling/kavelruil
Documentgegevens:
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS479854:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De tekst van artikel 15, lid 1, onderdeel 1, WBR is duidelijk: verkrijgingen op grond van (onder meer) de Landinrichtingswet zijn vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Verkrijgingen ‘in het zicht van landinrichting’, vooruitlopend op de notariële akte van ruilverkaveling, herverkaveling, aanpassingsinrichting of kavelruil, kwalificeren niet als verkrijgingen op grond van de Landinrichtingswet en vallen derhalve buiten het bereik van de vrijstelling.
In de praktijk kan echter, vooral bij landinrichtingsprojecten met een lange doorlooptijd (zoals de ruilverkaveling), behoefte zijn aan dergelijke anticiperende verkrijgingen. Aangezien de letterlijke tekst van de vrijstelling niet voorziet in de facilitering van dergelijke verkrijgingen kan, met toepassing van de hardheidsclausule, door de fiscus (en namens de staatssecretaris) worden goedgekeurd dat de vrijstelling op de verkrijging van onroerende zaken vooruitlopend op de akte van toedeling van toepassing is.
Aan de goedkeuring wordt een aantal nadere voorwaarden verbonden. De belangrijkste voorwaarde is dat door de verkrijger een schriftelijke verklaring van de landinrichtingscommissie1 wordt overlegd, waaruit blijkt dat de commissie met de verkrijging instemt. Zonder instemming zal de toepassing van de hardheidsclausule geen doorgang vinden. De landinrichtingscommissie zal, zo is de gedachte, enkel instemmen met de voorgenomen verkrijging indien deze passend is binnen de doelstellingen van de ruilverkaveling. Vraag 1 is hiermee beantwoord.
Vraag 2 betreft verkrijgingen vooruitlopend op een kavelruil. De goedkeuring zoals hiervoor omschreven strekt zich, aldus de staatssecretaris, niet uit tot de kavelruil. Verkrijgingen vooruitlopend op een kavelruil, meer precies verkrijgingen van de economische eigendom van onroerende zaken na het sluiten van de kavel ruilovereenkomst en vooruitlopend op de akte van verdeling, 2 kunnen derhalve niet in aanmerking komen voor de vrijstelling van overdrachtsbelasting. Voor dergelijke verkrijgingen geldt een wezenlijk andere benadering dan bij de overige landinrichtingsinstrumenten het geval is: door het vrijwillige karakter van de kavelruil kan pas op het moment van het passeren van de notariële akte worden vastgesteld of door de verkrijger aan de voorwaarden voor toepassing van de vrijstelling is voldaan. Verkrijgingen vooruitlopend op de kavelruil kunnen, anders dan bij de overige landinrichtingsinstrumenten het geval is, niet (tussentijds) worden getoetst aan de voorwaarden van de Landinrichtingswet Een landinrichtingscommissie ontbreekt bij kavelruil. Bovendien, zo stelt de staatssecretaris, voorziet de wettelijke regeling van de kavelruil ook niet in een op de toedeling vooruitlopende ‘ruil in economische zin’. Verzoeken om toepassing van de hardheidsclausule op de wijze als bij ruilverkaveling mogelijk is, worden in het kader van de kavelruil dan ook niet ingewilligd.
Zoals hierna in onderdeel C.5 zal blijken, geldt het in dit besluit geformuleerde standpunt ten aanzien van de verkrijgingen vooruitlopend op een kavelruil thans nog steeds, zij het in enigszins aangepaste vorm, zulks in verband met de invoering van de WILG.