Aandeelhoudersverantwoordelijkheid
Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/10.4.4:10.4.4 Tussenconclusie
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/10.4.4
10.4.4 Tussenconclusie
Documentgegevens:
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS300190:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De hierboven nader geanalyseerde achtergronden van de institutionele belegger, overheid en het administratiekantoor als aandeelhouder zijn achtergronden die niet direct verband houden met een hogere mate van verantwoordelijkheid voor de aandeelhouder.
Het betreft een aandeelhouder die tevens (onderdeel van) de overheid, een institutionele belegger of een administratiekantoor is. Deze achtergronden hebben wel gevolgen in zoverre, dat het eigen belang van die aandeelhouders in de regel een afgeleide belang is van het belang van een andere belanghebbenden. Het belang van de aandeelhouder is daarmee geen volledig ‘eigen’ belang. Bijzonder is bovendien dat bij de overheid als aandeelhouder het ‘eigen’ belang kan afwijken van het ‘klassieke belang’ van de aandeelhouder, zijnde het belang op rendement/dividend. De overheid zal middels het aandeelhouderschap in de regel meer rekenschap willen geven van algemene belangen. Deze achtergrond van de individuele aandeelhouder kan daarmee ook gevolgen hebben voor de vorming van het vennootschappelijk belang. Het belang van de vennootschap zal wanneer de overheid aandeelhouder van de vennootschap is anders worden vormgegeven. De maatschappelijke belangen zullen een sterkere invloed hebben op de kleuring van het vennootschappelijk belang.
Er zijn ook achtergronden die niet zozeer invloed hebben op het eigen belang van de aandeelhouder of de inkleuring van het vennootschappelijk belang, maar die verband houden met de mate waarin de aandeelhouder een (verhoogde) verantwoordelijkheid heeft om het vennootschappelijk belang te behartigen. Hieronder zal nader op drie van deze achtergronden worden ingegaan, namelijk: (i) de aandeelhouder die tevens bestuurder, commissaris of werknemers is, (ii) de aandeelhouder met een tegenstrijdig belang en (iii) de moedervennootschap.