Afspraken en Aanspraken
Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/4.7:4.7 Samenvatting
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/4.7
4.7 Samenvatting
Documentgegevens:
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685319:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk heb ik ten eerste de overheidsuitlatingen van dit onderzoek geduid. Geen van die overheidsuitlatingen is een besluit in de zin van de Awb, maar zij kunnen – gelet op hun vaak aanwezige samenhang met appellabele besluiten – wel aan de orde komen in zowel een bestuursrechtelijke als een civielrechtelijke rechtsgang.
Bevoegdhedenovereenkomsten zijn overeenkomsten waarin een overheidslichaam zich vastlegt zijn publiekrechtelijke bevoegdheden tot besluitvorming op een bepaalde wijze aan te wenden. Die afspraak behelst – zeker in geval van bevoegdhedenovereenkomsten over planologische ontwikkelingen – in de regel een inspanningsverplichting.
Een eenzijdige (gerichte) toezegging is in het civiele recht een verbintenisscheppende rechtshandeling waaraan een overheid is gebonden. Kenmerken van een gerichte toezegging zijn haar eenzijdige en persoonsgebonden karakter en concrete bewoordingen gericht op een specifieke situatie.
In het bestuursrecht gelden dezelfde kenmerken van een concrete en specifieke uitlating en ziet een toezegging altijd op aanwending van een publiekrechtelijke bevoegdheid in de vorm van besluitvorming in een concreet geval. Een toezegging heeft kortom dezelfde kenmerken als in het civiele recht, maar moet – in tegenstelling tot civielrechtelijke overheidstoezeggingen – altijd zijn gericht op de uitoefening van een publiekrechtelijke bevoegdheid. Waar in het civiele recht een eenzijdige, gerichte toezegging als een rechtshandeling wordt gekwalificeerd, ontbreekt een dergelijke kwalificatie in het bestuursrecht.
Informatieverstrekking betreft feitelijk handelen van de overheid dat niet is gericht op enig rechtsgevolg. Vanuit haar informatieve of dienstverlenende functie en rechtsstatelijke plicht licht de overheid burgers – al dan niet naar aanleiding van vragen daartoe – in over het geldend recht. Op die inlichtingen kan al dan niet een appellabel besluit volgen.
Ten tweede ben ik in dit hoofdstuk ingegaan op de rechtsmachtverdeling tussen de bestuursrechter en de civiele rechter en de overheidsbinding aan de verschillende overheidsuitlatingen.
Waar de bestuursrechter moet oordelen of een besluit rechtsgeldig is, staat bij de civiele rechter de nakoming of rechtmatigheid van de overheidsuitlatingen zelf centraal.
Indien een beroep op het vertrouwensbeginsel bij de bestuursrechter slaagt en leidt tot vernietiging van een besluit, kan een belanghebbende op basis van titel 8.4 Awb een verzoek doen tot schadevergoeding. Indien een beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt wegens zwaarder wegende belangen, maar wel sprake is van een schending van gerechtvaardigd vertrouwen bestaat mogelijk een recht op schadevergoeding op grond van een schending van artikel 3:2, artikel 3:4 lid 2 of artikel 3:46 Awb. Bij de civiele rechter ligt de grondslag voor een schadevergoedingsvordering in de tekortkoming in de nakoming van een bevoegdhedenovereenkomst of toezegging ofwel in onrechtmatige informatieverstrekking.
Bij een bevoegdhedenovereenkomst valt de beoordeling van de uit hoofde van die overeenkomst genomen besluiten onder de rechtsmacht van de bestuursrechter. Eventuele schade wegens het tekortschieten in de uit de overeenkomst voortvloeiende nakomingsverplichtingen kan onderwerp van een procedure bij de civiele rechter zijn.
Toezeggingen tot het nemen van een bepaald besluit kunnen aan de orde worden gesteld bij de bestuursrechter met een beroep op het vertrouwensbeginsel. Nakoming van toezeggingen die zien op feitelijk handelen, het aanwenden van privaatrechtelijke bevoegdheden en niet-appellabele besluiten kan bij de civiele rechter worden gevorderd. Indien een toezegging niet wordt nagekomen, leidt dat tot een schadevergoedingsverplichting van de overheid.
Inlichtingen kunnen in het kader van een vernietigingsberoep bij de bestuursrechter slechts beperkt worden betrokken. Bij de civiele rechter kan het verstrekken van onjuiste inlichtingen worden getoetst in een op onrechtmatige daad geschoeide schadevergoedingsprocedure. In hoeverre een inlichting die samenhangt met publiekrechtelijke besluitvorming bij de civiele rechter kan worden aangevochten, is sinds het in 2006 door de Hoge Raad gewezen arrest Kuijpers/Valkenswaard een bron van juridische beschouwingen. Voordat ik in het zesde hoofdstuk aan de toepassing van het vertrouwensbeginsel in het bestuursrecht toekom, analyseer ik daarom in het volgende hoofdstuk eerst het in dat arrest geïntroduceerde samenhangcriterium.