Afspraken en Aanspraken
Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/4.1:4.1 Inleiding
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685413:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Par. 3.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals reeds opgemerkt in het eerste hoofdstuk zijn noch bevoegdhedenovereenkomsten, noch toezeggingen, noch inlichtingen besluiten in de zin van de Awb. Zij kunnen daarom niet zelfstandig bij de bestuursrechter ter discussie staan, maar slechts tot op zekere hoogte aan de orde komen bij de beoordeling of een besluit in strijd is met het vertrouwensbeginsel. De civiele rechter kan de overheidsuitlatingen onder omstandigheden wél zelfstandig beoordelen nu bij hem zowel feitelijke handelingen als rechtshandelingen onderwerp van een procedure kunnen zijn. Terwijl bij de bestuursrechter gewekt vertrouwen slechts één belang vormt waarmee de rechter rekening moet houden bij de beoordeling of gerechtvaardigd vertrouwen moet worden nagekomen, staat in het burgerlijk recht voorop dat wie gerechtvaardigd vertrouwt op een overeenkomst of toezegging in beginsel nakoming kan afdwingen, en, waar dat niet (meer) mogelijk is, recht heeft op een schadevergoeding.1 Dit hoofdstuk laat – na een nadere duiding van de overheidsuitlatingen – zien op welke wijze de karakteristieken van het bestuursrecht en het civiele recht leiden tot een verschil in binding van de overheid aan de overheidsuitlatingen.
Ik geef eerst een nadere duiding van bevoegdhedenovereenkomsten (paragraaf 4.2), toezeggingen (paragraaf 4.3) en inlichtingen (paragraaf 4.4). Daarna behandel ik de rechtsmachtverdeling tussen de bestuursrechter en de civiele rechter (paragraaf 4.5), waarna ik kort stil sta bij de gevolgen van de rechtsmachtverdeling voor de binding van de verschillende overheidsuitlatingen in bestuursrechtelijke en civielrechtelijke zin (paragraaf 4.6).