Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/3.8.7
3.8.7 Bescherming van de staatswetenschappen
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977455:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
M.M.L. Rutten, ’De staathuishoudkunde als leervak bij het Middelbaar Onderwijs’, De Economist 1880, p. 457 e.v.
A. Sassen, ’De Staatswetenschappen als leervak in het M.O.’, Vragen des tijds 1881.
J. Campert, De Economist, dl II, 1914, p. 536.
Ibid., p. 538.
H.B. Greven, J. Domela Nieuwenhuis & J.H. Dijkman, ´Staathuishoudkunde als vak van middelbaar onderwijs´, De Economist 1879, dl II, p. 896-900.
Terminologie die ook door de lerarenverenigingen is gehanteerd.
De Economist 1879, dl II, p. 896-900.
H.G. Roodhuyzen, ’Overlading in het onderwijs’, De Tijdspiegel 1883, I, p. 263 e.v.
Duyverman 1936, p. 76 e.v. Duyverman beschrijft minutieus enige lotgevallen.
Steyn Parvé streeft naar vakkenbeperking 1881
Het voornemen van Steyn Parvé tot herziening van het hbs-curriculum dwingt de staatswetenschappers de positie en lesuren van hun vakken te beschermen.1 Het blijkt aangewezen zich te wapenen tegen de voorgestelde vakkenbeperking.2 Inspecteur Campert, voorstander van het plan-Steyn Parvé, stelt vast dat ‘wijzigingen van de wet van 1863 er niet van zijn gekomen in 1882 en dat wij niet uit het tijdperk van plannen maken in een ander zijn overgegaan’.3
Staatsinrichting in de derde klas hbs
Het vak staatsinrichting staat vaker in de derde dan in de vierde klas op het rooster. Voor het verkrijgen van het nodige inzicht heeft inspecteur Campert de hbs-programma’s met de lessentabellen vergeleken en door middeling een standaardleerplan met lessentabel opgesteld, met de opname van één wekelijks uur staatsinrichting in de vierde én vijfde klas.4 De staatswetenschappers vormen daarop een adviescommissie met de collegae Greven, Domela Nieuwenhuis en Dijkman.5 Spoedshalve is een afwijzende verklaring opgesteld over het voegen van staatsinrichting bij geschiedenis, ‘omdat wij het wagen de vrees uit te spreken dat de Staatsinstellingen6 niet tot haar recht komen, als zij onderwezen worden door mannen die […] geheel andere geestesgaven hebben ontwikkeld dan de beoefenaar van de staatswetenschap’.7 Er verschijnt geen voorstel om de vakken geschiedenis en staatsinrichting te combineren en dus blijft het hierbij. Er volgen decennia zonder een wijziging van de positie van staatsinrichting.8 De wens van de A.V.M.O. en de inspectie deze situatie te veranderen heeft niets teweeggebracht en de leraren bleven ervoor gespaard.9