Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/4.6:4.6 Gedeeltelijke vergeving
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/4.6
4.6 Gedeeltelijke vergeving
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859125:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de invoering van artikel 4:3 lid 3 BW is niet gesproken over de mogelijkheid tot gedeeltelijke vergeving. Dit aspect is bij de bespreking van de legitieme portie wel aan de orde gekomen.
Notarissen stellen dat wanneer de erflater na kennisneming van de grond van onwaardigheid een making ten voordele van de onwaardige treft, deze making geldt als een daad waaruit de vergeving ondubbelzinnig blijkt. Volgens hen blijkt uit deze making slechts dat de erflater de wettelijke uitsluiting wil opheffen voor zover het de omvang van die making betreft. Het komt de Bijzondere Commissie voor de herziening van het Burgerlijk Wetboek, omtrent het ontwerp van wet tot vaststelling van Boek 4 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek (Nieuw Erfrecht) daarentegen juister voor de betekenis van een dergelijke making niet te zoeken in de omvang daarvan (je bent onwaardig, maar desondanks mag de onwaardige aanspraak maken op de making), maar in het feit van de making, waaruit geheel in het algemeen blijkt dat de erflater de onwaardige zijn gedrag heeft vergeven en zijn onwaardigheid opheft.1
In de memorie van antwoord wordt vervolgens toegelicht dat het ontwerp van artikel 4:3 BW slechts twee mogelijkheden kent: een persoon is onwaardig of niet. Een gedeeltelijke onwaardigheid, een onwaardigheid boven enigerlei grens, kent het ontwerp niet. Hetzelfde geldt voor een gedeeltelijke opheffing van onwaardigheid. Dat betekent dat de lijn van de Bijzondere Commissie wordt gevolgd. De betekenis van de daad van de erflater moet niet in de omvang van de making gezocht worden, maar in het feit van de making als blijk van gezindheid van de erflater om de gedraging te vergeven. De onwaardigheid vervalt daarmee volledig.2
Kortom, vergeving is een feitelijke gedraging die niet gedeeltelijke kan geschieden. Dat strookt ook met hetgeen hiervoor is opgemerkt bij het intrekken van de vergeving. Een gedraging is volledig vergeven of niet. Een tussenweg in de vorm van gedeeltelijke vergeving bestaat niet. Vergeving is, net als de onwaardigheid zelf, heel zwart wit. De wet verbindt aan de vergeving de conclusie dat de onwaardigheid vervalt. De wettelijke en testamentaire aanspraken van de voormalig onwaardige herleven weer.
De erflater kan dus niet bepalen dat de voormalig onwaardige niet al zijn aanspraken terugkrijgt, maar een kleinere bevoordeling ontvangt dan op grond van de wet. Bijvoorbeeld een legaat dat kleiner is dan de legitieme portie.3 Als de erflater slechts een gedeeltelijke bevoordeling wenst vanwege het onbetamelijke gedrag, dan verbindt de erflater nog altijd nadelige gevolgen aan de misdraging en daarmee is van vergeving dan geen sprake. Als de erflater de gedraging vergeeft, dan is de vergeving volledig en vervalt de onwaardigheid.