Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap
Einde inhoudsopgave
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/5.2.2.10:5.2.2.10 Conclusie
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/5.2.2.10
5.2.2.10 Conclusie
Documentgegevens:
Mr. A.J.S.M. Tervoort, datum 11-07-2013
- Datum
11-07-2013
- Auteur
Mr. A.J.S.M. Tervoort
- JCDI
JCDI:ADS446225:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer, zoals in dit onderdeel 5.2 van deze studie is gedaan, als hypothese wordt aangenomen dat de beide in Nederland traditioneel aangevoerde grondslagen voor het bestaan van het bestuursverbod nog altijd valide zijn, dan dient in de regeling van het bestuursverbod, dat in die hypothese per definitie dient te worden gehandhaafd, een aantal wijzigingen te worden aangebracht. Ter vermijding van de thans heersende onduidelijkheid over zijn reikwijdte zou in de wet de beperkte leer moeten worden gecodificeerd en moet dus bepaald worden dat het de commanditair verboden is om zich naar buiten manifesterende bestuurshandelingen te verrichten. Gespecificeerd zou daarbij moeten worden wat de wet onder ‘bestuurshandelingen’ verstaat. Daaraan zou dan het verbod de besturend vennoot instructies te geven uitdrukkelijk moeten worden toegevoegd: zoals hierboven is aangetoond is dit binnen de alhier gehanteerde hypothese een zinvolle beperking van de bevoegdheden van de commanditair. Het gebruik van de term ‘(mede)beleidsbepaler’ als aanduiding van de reikwijdte van het bestuursverbod zou, voor zover de betekenis van die term dezelfde zou zijn als in art. 2:138/248 BW, leiden tot een te ver gaande beperking van wat de commanditair is geoorloofd, zodat het gebruik van deze term in de wet ter afbakening van de grenzen van het bestuursverbod geen meerwaarde heeft. Wel zou het verbod krachtens volmacht naar buiten voor de vennootschap op te treden in de wet moeten worden gehandhaafd. Het lijkt bovendien nuttig om – niet in de wet zelf, maar in de toelichting – een nietlimitatieve opsomming op te nemen van wat de commanditair in ieder geval is toegestaan. Aansluitend bij de tekst van art. 7:837 lid 2 BW zoals voorgesteld in het wetsvoorstel Personenvennootschappen draag ik ter afsluiting van deze afdeling 5.2.2 hieronder een proeve aan van een in de wet op te nemen omschrijving van het bestuursverbod waarin hetgeen hiervoor is betoogd in aanmerking is genomen:
‘Handelt een commanditaire vennoot al dan niet krachtens volmacht op een zodanige wijze in naam van de vennootschap dat derden op grond van deze handeling redelijkerwijs mogen aannemen dat hij besturend vennoot is, of handelt een besturend vennoot in naam van de vennootschap krachtens een hem door de commanditaire vennoot verstrekte instructie, dan …(etc.).
Welke de – in de bovenstaande omschrijving nog niet ingevulde – gevolgen voor de commanditair dienen te zijn ingeval het bestuursverbod wordt geschonden behandel ik in de nu volgende afdeling 5.2.3.