Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/5.3.3
5.3.3 Organisatiewet Sociale Verzekering
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285559:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 12 juni 1952 tot herziening van de uitvoeringsorganisaties der sociale verzekering (Organisatiewet sociale verzekering), Kamerstukken II 1949/50, 1679, Stb. 1952, 344. Art. 50g OSV is ingevoerd bij Wet van 28 december 1988, houdende wijziging van de Organisatiewet Sociale Verzekering en enkele andere sociale verzekeringswetten tot invoering van een sociaal-fiscaal nummer, nadere regeling van het gegevensverkeer tussen verzekerde, werkgever en uitvoeringsorgaan en aanpassing van de geheimhoudingsbepalingen (invoering sociaal-fiscaal nummer), Kamerstukken II 1988/89, 20 854, Stb. 1988, 655.
MvA, Kamerstukken II 1990/91, 21 221, nr. 5, blz. 45 en MvT, Kamerstukken II 1991/92, 22 495, nr. 3 blz. 257.
Art. 58 OSV (oud).
MvT, Kamerstukken II 1988/89, 20 854, nr. 3, blz. 27. Expliciet werd opgemerkt dat de formulering absoluter was dan zowel de oude bepaling (art. 58 OSV (oud)) als de modeltekst uit de richtlijnen voor de wetgevingstechniek.
MvT, Kamerstukken II 1988/89, 20 854, nr. 3, blz. 16-17. Vergelijk: NR, Kamerstukken II 1988/89, 20 854, nr. A, blz. 16-17 en NEV, Kamerstukken II 1988/89, 20 854, nr. 10, blz. 10.
MvT, Kamerstukken II 1988/89, 20 854, nr. 3, blz. 16.
MvT, Kamerstukken II 1988/89, 20 854, nr. 3, blz. 4. Vergelijk: VV, Kamerstukken II 1988/89, 20 854, nr. 5, blz. 7.
MvT, Kamerstukken II 1988/89, 20 854, nr. 3, blz. 17.
MvA, Kamerstukken II 1988/89, 20 854, nr. 6, blz. 21.
MvT, Kamerstukken II 1988/89, 20 854, nr. 3, blz. 16-17. Vergelijk: VV, Kamerstukken II 1988/89, 20 854, nr. 5, blz. 8 en MvA, Kamerstukken II 1988/89, 20 854, nr. 6, blz. 21.
Zie par. 3.5 hierna.
De geheimhoudingsbepaling van art. 50g OSV1 is zowel in de memorie van antwoord als in de memorie van toelichting op het wetsvoorstel voltooiing eerste fase herziening rechterlijke organisatie genoemd als voorbeeld van een striktere geheimhoudingsbepaling die gehandhaafd bleef.2 De verschillende geheimhoudingsbepalingen in de OSV zijn om meerdere redenen interessant. Met de invoering van het sofinummer in 1989 werd in art. 50g OSV een geheimhoudingsbepaling opgenomen die absoluter was geformuleerd dan zijn voorganger.3 Subjectieve elementen werden uit de wettekst gehaald teneinde de geslotenheid van het geheimhoudingssysteem beter te waarborgen. Qua formulering werd aansluiting gezocht bij art. 67 AWR.4 Er werd echter gekozen voor een gesloten systeem dat nog strikter was vanwege het ontbreken van een algemene ontheffingsbevoegdheid voor de Minister.5 Ondanks exact dezelfde bewoordingen als art. 67 AWR werd beoogd niet alleen de medewerkers van uitvoeringsorganen aan te merken als onderworpen subject, maar ook degenen die uit anderen hoofde gegevens voor sociale verzekeringen onder zich kregen, zoals werkgevers of administratiekantoren.6 In de wet werden de gevallen waarin de geheimhoudingsplicht niet zou gelden limitatief opgesomd.7 Uitzonderingen waren mogelijk ingeval enig wettelijk voorschrift tot bekendmaking verplichtte, degene op wie de gegevens betrekking had schriftelijk instemde of de gegevens niet-herleidbaar waren. In de memorie van toelichting werd opgemerkt dat limitatief, in de wet vastgelegde mogelijkheden om tot gegevensverstrekking over te gaan, de beste garantie voor de burger was dat niet lichtvaardig met zijn persoonsgegevens zou worden omgegaan.8 Bovendien zou op deze manier naar de burger toe meer duidelijkheid worden gegeven hoe zou worden omgegaan met gegevens (transparantie).9 Ontheffing was eveneens mogelijk ten behoeve van wetenschappelijk- of statisch onderzoek. Voor dit soort onvoorziene gegevensverstrekkingen diende het parlement vooraf te worden ingelicht waardoor aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer voldoende recht zou worden gedaan.10 Met ingang van 1 januari 1995 werd de OSV vervangen door de OSV 1995.11